Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reden te vinden, waarom deze verandering niet zover door zal gaan tot de verhoudingen bereikt zijn, welke er vóór de dilatatie bestonden.

Op grond van histologisch onderzoek vindt er tijdens „plastische" en „elastische" verandering misschien het volgende plaats: Het pericardium bevat kollagene en elastische vezels. Dat bij de vergroting van het hart de kollagene vezels gestrekt worden tot deze geheel recht zijn, lijkt ons zeer waarschijnlijk op grond van de waarnemingen van Wallraff. Wanneer de elastische vezels weer samen kunnen trekken, doordat het hart kleiner wordt, zullen de kollagene vezels weer gegolfd worden. Hiermede kunnen de „elastische" eigenschappen van het pericardium aannemelijk gemaakt worden.

Wanneer de kollagene vezels echter gestrekt zijn en er werkt nog steeds een kracht op het pericardium, waarom zou het dan niet mogelijk zijn, dat deels de vezels onderling, deels de lagen ten opzichte van elkaar zich verplaatsen en zo het pericardium in staat stellen „plastisch" te veranderen?

De elastische vezels zijn dan de oorzaak van de „elasticiteit" van het pericardium, terwijl de kollagene bindweefselmembraan het pericardium de nodige stevigheid verleent zonder het hart bij een eventuele dilatatie in de weg te staan. Alleen een te snelle dilatatie zal het pericardium verhinderen. Het zal immers tijd kosten voordat het „plastisch" verschijnsel tot uiting komt.

Wanneer een hart na dilatatie weer kleiner wordt, zal ook het pericardium waarschijnlijk weer kleiner worden (b.v. herstel na acute hartdilatatie zou hierop wijzen). Welk mechanisme hier een rol speelt, is ons onbekend. Misschien kunnen de proeven, beschreven op blz. 49 (waarbij in 18 uur een gedeelte van de „plastische" verschijnselen weer terugging) een aanwijzing geven, dat deze „plastische" verschijnselen in wezen toch elastische zijn.

Wanneer bovenstaande verschijnselen zich over langere tijd uitstrekken (b.v. bij cor bovinum), dan zullen natuurlijk groei-verschijnselen van het pericardium een rol kunnen spelen. Hierover werd door ons echter geen onderzoek verricht.

Daar het pericardium „plastische" eigenschappen heeft, lijkt ons, dat de regulerende functie, welke Rössler en Unna aan het pericardium toekennen, wellicht bij acute veranderingen van het hartvolume, echter niet over lange tijd een belangrijke rol kan spelen 137). Over de

137) Ook Felix kent deze functie het pericardium niet toe. l.c. blz. 426.

Sluiten