Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cavia 157 is gestorven 4-10-31 aan diplococcen bronchopneumonie en pleuritis, paratuberculose negatief.

Cavia 151 en 152 en konijn 279 zijn op 9 Maart 1932 nog volkomen gezond, worden echter in het belang van het onderzoek gedood.

De sectie van genoemde dieren is volkomen negatief, terwijl ook het histologisch onderzoek van darmen en organen een negatief resultaat geeft.

Geen histologisch onderzoek van geval 4.

Geval 5.

Zwartbonte koe, acht jaar oud.

Het dier verkeert in zeer goeden voedingstoestand, doch maakt een eenigszins suffen indruk, de blik is flauw. Eten en herkauwen geschiedt vrij normaal, het dorstgevoel is belangrijk verhoogd. De koe heeft plotseling een heftige diarrhee gekregen. Het dier perst en staat dikwijls met opgekromden rug.

Klinisch onderzoek: P. 70, A. 19, T. 37.8°.

De slijmvliezen zijn bleek, geen oedeem in de keelgang, geen klierzwelling. Bij auscultatie van de buikholte klotsende darmgeruischen te hooren. Behalve de ernstige diarrhee geen afwijkingen. De faeces zijn waterdun, niet slijmig en met een enkel bloedstolsel gemengd.

Faecesonderzoek geeft veel hoopjes korte zuurvaste staafjes te zien. Ook in een uitstrijkje van een bloedstolsel worden enkele karakteristieke hoopjes gevonden. Op 18 Juni zijn de faeces plotseling vrij normaal van uiterlijk en consistentie, het faecesonderzoek blijkt echter nog positief te zijn.

De ophthalmoreactie (tuberculine) is negatief.

Intradermale Johnine reactie.

Totale toename van de huiddikte 12 m.M., pijnlijk en warm, de reactie is zeer duidelijk positief.

Het rund wordt op 18 Juni 1931 geslacht.

Bij uitwendige beschouwing van den darm blijkt deze over de geheele lengte van het dundarmkanaal een verdikten wand te bezitten. De dikke darm evenwel vertoont geen afwijkingen.

Bij openknippen van den darm wordt op de belangrijk verdikte

Sluiten