Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mie hel eerst bekend maakte (1). Hij hield zich overtuigd, dat deze epidemie noch met de kort te voren plaats gehad hebbende veranderingen in den dampkring, noch inet de in het voorafgegane jaar aanwezige ziektegesteldheid in verband stond ; hij meende de oorzaak dezer ziekte te moeten zoeken in een miasma, dat bij —, niet onder de bestanddeelen des dampkrings gemengd was. — De ziekte tastte onverhoeds elk en een iegelijk aan, en was, van den beginne at, met aanhoudend niezen, eenen zeer afmattenden hoest en met hoofdpijnen vergezeld. De ontlasting had schier in het geheel geen plaats; er was steeds eene min of meer hevige koorts. Sommigen leden aau bloedspuwing, anderen aan gastrische verschijnselen. De ziekte was zeer algemeen , tastte niet slechts geheel gezonde menschen, maar voornamelijk allen aan, die aan aandoeningen der ademhalings-orgatien onderhevig waren. Schier alle kinderen hadden eene schorre, heesche stem. Bij allen had, binnen 2 of 3 dagen, een schier plotseling verlies van krachten plaats; de herstelling vereischte steeds eenige weken. —Het bevorderen eener behoorlijke huiduitwaseming was hoogst doelmatig; ontlastende middelen waren meestal nadeelig (Metzger). Dr. Wolff, die deze ziekte te Warschau waarnam, verklaarde dezelve, even als het Collegium medicum et sanitatis aldaar, als van asthenischen aard, en het MedicinaalCollege te Koningsbergen leide aan de Districls-Geneeshcervn de verpligting op, den Wondsartsen het aderlaten in deze Influenza te verbieden, en dezelve voor de herhaalde aanwending van braak- enpwn/eer-middelen te waarschuwen (2). Wolff hield de ziekte voor aanstekend.

Gilibert berigt ons, dat reeds in November 1799 te Lyon eene Catarrhale epidemie ontstaan was, die insgelijks tot in het voorjaar van 1800 voortduurde. De epidemie was, over het geheel, goedaardig, bij velen bepaalde de ziekte zich tot eenen enkelen koortsaanval. In weerwil daarvan nam de ziekte in het catilon St. Clair en St. Nizier, vooral bij de welgestelde klasse , een gevaarlijk karakter aan, de zwakte was zoo groot, dat de zieken, reeds in de eerste dagen, in

(1) Beitraje zur Geschichlo der Frühlings-Epidemie im Jahre 1800; Altenburg, 1801 ; 8°.

(2) Mediz. Ephemeriden ton Bcrlin, herausgegeben ton L. Formet , Bottd /, Heft 3. — Wolf.f, in ïïi-fet,akd's Jomna! der praclischen Heilkuttde, Bd. IX, St. 4: Bd. X, Sl.\.

Sluiten