Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegens het gevaar van secundaire divergentie; hij adviseert tot ongeveer het twaalfde jaar alleen advancements en peesplooiïngen te doen.

Met tenotomie bij strabismus divergens concomittans behandelde hij 16 gevallen. De gemiddelde directe vermindering van den scheelzienshoek was 163/2 graad, de late l]/2 graad. Zoowel de directe als de late vermindering waren grooter bij aanwezigheid van een exces van divergentie dan bij insufficiëntie van de convergentie.

Strabismus divergens concomittans met een exces van divergentie (Wooton) zou volgens schrijver in groote trekken overeen komen met strabismus divergens neuropathicus van Worth.

Volgens schrijver waren de gegevens van peesplooiïng niet nauwkeurig genoeg om er gevolgtrekkingen uit te maken.

Met tenotomie en peesplooiïng behandelde hij 26 gevallen van strabismus divergens concomittans. De gemiddelde directe vermindering van den scheelzienshoek was 25 graden, de late 18 graden. In drie gevallen werden de blikvelden na jaren nagegaan: Er bestond een gemiddelde vermindering van 15 graden van de buitenwaarsche rotatie van den bulbus; de binnenwaartsche bewegelijkheid bedroeg ongeveer 44 graden aan beide oogen.

Eenmaal na tenotomie en 2 maal na tenotomie en peesplooiïng ontstond er strabismus convergens artificalis; bij alle 3 gevallen was er vóór de operatie een insufficiëntie van de convergentie. Alle waren myopisch, hadden goede fixatie en na de operatie een tijdelijke homonyme diplopie.

Bij zijn conclusies blijkt schrijver een voorstander te zijn van de vroegtijdige operatie bij strabismus convergens. Bij kinderen van 2 tot 4 jaar wil hij de conservatieve therapie met brillen en afsluiten van het fixeerende oog gedurende ongeveer anderhalf jaar toepassen. Bij oudere patiënten zou na drie maanden een groote graad van verbetering niet meer te verwachten zijn.

Vóór de operatie laat hij bij jonge kinderen den fusie-zin niet oefenen: „Fusion-training in the very young appeals to me in theory, but it „would seem to necessitate qualities on the part of the ophthalmic snrgeon „more difficult to acquire than operative dexterity." Wel schrijft hij na de operatie orthoptische oefeningen voor, als het kind een leeftijd bereikt heeft, waarbij het mee kan werken. ,,As so few squinters would „appear ultimately to attain binocular vision, its practical jmportance in „every day life becomes, in discussing the subject, a matter of interest. „I venture to think that, as few forms of work are impossible without it, „its value may be greatly overestimated by those who especially interest „themselves in its development."

Landolt: Wij hebben gezien, dat Landolt een aandoening van het binoculair-zien als de oorzaak van strabismus beschouwt. (Blz. 5.) Volgens hem zouden, wanneer het scheelzien een zekeren tijd bestaan heeft, er anatomische veranderingen in het oculo-motorisch apparaat optreden. Deze

Sluiten