Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Da Rosa. Z. BI. f. d. g. O. Bd. 19.

V. Michel. Graefe Saemisch. Handb. der Aug. 1904. V. Bd. I. Abt. S. 152. Kuhnt. Über die Therapie der Conjunctivitis granulosa, mit besonderer Berücksichtigung der in den Provinzen Ost- und Westpreuszen herrschenden Krankheitsformen. Klin. Jahrbuch VI. Jena. Birch-Hirschfeld. Neuere Anschauungen über Trachom. Zeitschr. f. Augen-

heilk. Bd. 65, 4. 4/5. S. 209—219, 1928.

Kunz. Die Veranderungen im Frühstadium des Trachoms. Ref. Z. BI. f. d. g. O. Bd. 24. S. 177—182.

HET KLINISCHE BEELD EN VERLOOP.

Eenheid in klinische indeeling van het trachoom heeft vanaf vroeger tot op heden nooit bestaan en dit berust niet alleen op de onbekendheid met den verwekker, doch ook op de bekende polymorphie van de aandoening. Op de meest verschillende wijzen deelde men het klinische beeld in, en Elschnig, Szymansky, Steilwag, Saemisch, Fuchs, Mac Callan, Hanke en vele anderen hebben ieder voor zich een eigen indeeling beschreven.

Elschnig geeft aan, dat het trachoom zich op de volgende wijzen manifesteeren kan: 1. als acuut trachoom. Dit gelijkt een Koch Weeksof pneumococcen conjunctivitis, met kiemvrij secreet en insluitsels positief in 50 %. Geen korrelvorming, zelfs bij chronisch verloop, doch een diffuse infiltratie van de conjunctiva. Geeft milde lidteekens zonder schrompeling en entropion. 2. Genoemde vorm kan chronisch verloopen en zelfs beperkt zijn tot één overgangsplooi. 3. Het chronische trachoom wat men gewoonlijk granulair trachoom noemt en dat pannus, entropion etc. geven kan. 4. Het milde chronische trachoom met weinig korrels en dat geheel genezen kan, doch soms papillaire hypertrophie kan geven met corneacomplicaties. Tot dezen vorm rekent hij een groot deel der gevallen, die men volgens hem gewoonlijk opvat als conjunctivitis follicularis. De 2 eerst genoemde vormen duidt E. aan als het z.g. diffuse trachoom.

Szymansky, gedrongen door de eischen van de practijk, deelt het trachoom in in een natte en droge vorm, en verder: 1. het initiale stadium, hetzij acuut door menginfectie (vochtig), hetzij latent (droog), en 2. het 2de stadium, waarvan de vochtige vorm geeft het gedissimineerde, gegeneraliseerde korreltrachoom of het papillaair trachoom, en de droge vorm gekenmerkt door gelatineuse en indureerende infiltratie. In het 2de stadium beginnen de complicaties aan ooglid en cornea.

Het 3e stadium (uitsluitend droog) geeft de bekende verschijnselen

Sluiten