Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere bevindingen had Wolfgang van het trachoom in Usbeskistan. Hij vond 49 % zonder complicatie, 30 % met trichiasis-entropion, 21 % andere complicaties.

In hun „Comparison of trachoma virulence in different sections of the United States" geven Rice, Smith en Sory o.a. de volgende bevindingen weer:

in Missouri 1609 trach. lijders, 43,4 % entropion 8,2 % tr. coecum Arkansas 1037 „ 29,7 % „ 7,4 % „ „

Kentucky 5846 „ 10,8 % „ 5,8 % „ „

Tennessee 1825 „ 6,1 % „ 1,2 % „ „

Z.-Georgia 708 „ 1,1 % „ 0,28 %„ „

Wij vonden gemiddeld over alle streken ongev. 11,8 % entropion en 2,5 % tr. coecum, wat dus de verhoudingen in Kentucky nadert. De frequentie van pannus wordt zeer verschillend opgegeven. Wij vonden ongev. 7,5 % gemiddeld, als laagste % bij de Dajaks 0 en als hoogste bij de Javanen 11,5 (163 op 1402) niet medegeteld die pannusgevallen, voorkomende bij het trachoma coecum, en die voorkomende bij ons trachoma cum entropion, waarbij de lichte pannus slechts bij focale belichting zou herkend zijn.

In werkelijkheid is dus het aantal pannus bij onze patiënten meer dan het gevonden percentage.

Zoo geeft Avizonis voor de Kliniek in Kauna op: 28,6 %, Hoffmann 26,5 % (Königsberg's Universiteits-oogkliniek), Birch-Hirschfeld 32,3 % en Kuhnt 36,5 %.

LITERATUUR.

Avizonis. Zur klinischen Frühdiagnose des Trachoms. Zeitschr. f. Aughk.

Bd- 81 „ ! Reinhards, vgl. Grönholm in: Das Trachom in den Nordeuropaischen und Bal-

tischen Landern. XIII. Cons. Ophth. 1929, Holl. Symposia.

Bakker. Rapport omtrent een trachoomonderzoek op Java. Geneesk. T. v.

Ned. Ind. 1928.

Millet. Le trachome. Paris, 1928.

Teigenbaum. Über die Beziehungen des Trachoms zu Nasenleiden und die

Frage des einseitigen Trachoms. Klin. M. f. A. Bd. 74, I. 1925. Raehlmann. Jahresbuch über d. Leist. u. Forts. im Gebiete d. Ophthalm. 1883. Ref.

Sobhy Bey. XIII. Cons. Ophth. 1929. Holl. Symposia.

Soria, idem.

Selenkowsky, idem.

Gronholm, idem.

Sluiten