Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTAL

niet-tracho- niet_trach,

mateuze oog- conjunc>. percentage

aandoeningen:

Dajaks 185 119 64,32% )

Maleiers 539 280 51,94% 56,25%

Chineezen 147 91 61,90% )

Javanen 1022 716 70,05%

Boegineezen 1516 750 49,47%

Alfoeren 362 107 29,55%

In totaal vonden we (onder alle onderzochten):

Conj. acuta 605 — 1,93 %,

Conj. gonorrhoic. 179 — 0,57 %,

Conj. follicul. 647 — 2,06 %,

Conj. phlyctaen. 74 — 0,23 %,

Conj. chronic. 334 — 1,06 %,

Andere conj. 2063 — 6,59 %.

Opvallend is hierbij, dat de conj. phlyctaenulosa het minst voorkomt, en dat de conj. follicul. bij ruim 2 % der onderzochten werd gevonden.

De ac. conj. blijkt minder geconstateerd te zijn dan de follic. conj. doch toch meer dan de chron. conj.

Steiner vond in het Soerabaiasche ongeveer bij 1 pro mille der bevolking conj. gonorrh. Wij vonden 0,57 % als gemiddelde voor alle bevolkingsgroepen.

De frequenties van de verschillende nontrachomateuse conjunctivitiden bij de verschillende bevolkingsgroepen worden weergegeven door de volgende TABEL:

aantal bij D. M. Ch. J. B. A. Totaal

C. cuta 49 143 37 189 152 35 605

C. gonorrh. 4 19 8 43 96 9 179

C. follicul. 24 75 16 262 244 26 647

C. phlyctaen 8 12 6 18 27 3 74

C. chronic. 11 17 13 147 128 18 334

andere conj. 23 14 11 57 103 16 224

119 280 91 716 750 107 2063

Sluiten