Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Platina wordt zeer weinig toegepast; soms wordt het met goud gelegeerd om een nog grootere hardheid te bereiken; de reeds geringe adaptabiliteit van het goud wordt daardoor evenwel nog verminderd.

Een geheel andersoortig materiaal is het porcelein. Een vulling hiervan wordt geheel buiten de mond gereed gemaakt; de stof is in de vorm van poeder voorhanden, dat in een matrix van zeer dun goud of platina wordt gesinterd tot een massa, die juist de vorm heeft van de te vullen holte en die daarin met behulp van fosfaatcement wordt vastgezet. Behalve voor vullingen kan het porcelein ook dienen voor vervanging van deelen van tanden. Het porcelein onderscheidt zich gunstig van alle metallische vullingen door zijn uiterlijk en wordt daarom vooral op zichtbare plaatsen toegepast; het kan namelijk altijd bereid worden in een kleur, die met die van de tand overeenkomt; ook is het min of meer doorschijnend, evenals het glazuur van de tand, zoodat het daarvan hoegenaamd niet te onderscheiden is. Verder is het een slechte geleider voor warmte; het is zeer hard en chemisch volkomen resistent. Een belangrijk nadeel van het porcelein is gelegen in de vele lastige en tijdroovende manipulaties, die voor het bereiden van de vulling moeten uitgevoerd worden.

De plastische vulmaterialen hebben boven de niet plastische het groote voordeel van een onbeperkte adaptabiliteit; zij nemen uiteraard altijd de vorm aan van de holte, waarin ze gebracht worden; zonder uitzondering zijn ze veel minder dan het goud gevoelig voor verontreiniging bijv. met sporen vocht tijdens de bewerking, terwijl ze daardoor en door hun plasticiteit veel vlotter verwerkt kunnen worden dan de niet plastische materialen.

De oudste en meest toegepaste zijn de amalgamen. Het metaal, dat in de vorm van vijlsel met het kwik vermengd wordt, bestaat bij de tegenwoordig gebruikte soorten steeds uit een legeering, die bestaat uit ongeveer 70 % zilver en 30 % tin. Amalgamen! met een legeering van deze beide metalen bereid, vertoonen echter op de duur eenige contractie, die o.a. afhankelijk is van de samenstelling en thermische behandeling van de legeering. Om deze contractie tegen te gaan en tevens andere eigenschappen, als hardingssnelheid, taaiheid, kleurbestendigheid, te beïnvloeden, bevatten de legeeringen steeds geringe toevoegselen van andere metalen, bijv. goud, platina, koper, zink.

Ongunstige eigenschappen van het amalgaam zijn de kleur en

Sluiten