Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 5 cc water even opgekookt en met 25 cc water in een porceleinen schaal gespoeld; dan werden Al, Ca en Mg gezamenlijk neergeslagen door toevoegen van 10 cc sterke ammonia, 10 cc (NH4)2C03-oplossing (10 %) en 5 cc o-oxychinolineoplossing (2 %), waarna nog 25 cc water werd toegevoegd en gedurende 10 minuten zacht gekookt. Na filtreeren en wasschen met zeer verdunde ammonia werd de oplossing in een porceleinen schaal ingedampt tot een klein volume, overgebracht in een groote porceleinen kroes, drooggedampt en gegloeid bij plm. 650°. Na afkoelen werd een weinig (NH,)2C03 en NH4N03 toegevoegd, met weinig water bevochtigd, weer drooggedampt en opnieuw gegloeid, waarna de laatste sporen koolstof, van het oxine afkomstig, verdwenen waren. De zoo verkregen sulfaten werden gewogen.

Op deze wijze werden geen onderling goed overeenstemmende resultaten verkregen. De voornaamste oorzaak hiervan zal wel zijn te zoeken in adsorptie van alkalizout door het Al(OH)3, verder zal ook het Ca niet geheel kwantitatief verwijderd zijn door de behandeling met (NH4)2C03, evenmin als het Al.

De volgende werkwijze gaf minder groote onderlinge verschillen in de resultaten, maar was aanmerkelijk langduriger:

De stof werd afgerookt met 10 cc fluorwaterstofzuur (40 %) en zooveel zwavelzuur als noodig was om korstvorming te voorkomen (plm. 10 cc 4 N). Na opkoken met 1 cc sterk zoutzuur en 25 cc water werd de oplossing in een porceleinen schaal gespoeld; Al en Ca werden neergeslagen door tcevoegen van 10 cc sterke ammonia en 10 cc verzadigde oplossing van (NH4)2C204. Het neerslag van Al(OH):j en CaC204 was gemakkelijk filtreerbaar; het werd in HC1 opgelost en opnieuw neergeslagen. De vereenigde filtraten werden na aanzuren geconcentreerd, waarna de laatste sporen Ca werden neergeslagen met (NH4)2C204 en NH4OH, en meteen het Mg en sporen Al en ook eventueel Zn gezamenlijk, met oxine, alles in de warmte. Na filtreeren en wasschen met zeer verdunde ammonia werden de ammoniumzouten verdreven door oxydatie met HN0338; dan werd de oplossing in een porceleinen kroes drooggedampt en het residu gegloeid en gewogen, waarna het met wat NH4N03 en (NH4)2C03 behandeld en opnieuw gegloeid werd.

Op deze wijze werden resultaten verkregen, die reeds aanmerkelijk kleinere onderlinge verschillen vertoonden (bijv. 4.1 en 3.5 % Na20). Toch schijnt het tweemaal neerslaan van Al als Al (OH) 3 de adsorptie van de alkalizouten nog niet afdoende

Sluiten