Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in de vloeistoffen der cementen altijd aanwezig is, en dat Crowell noch Ruif in hun beschouwingen over de verharding van het cement een plaats toekenden.

B. Om de rol van het aluminiumfosfaat vast te stellen, werd allereerst het microscopisch onderzoek op dezelfde wijze voortgezet, nu met vloeistoffen, die aluminiumfosfaat bevatten. Bovendien werd de invloed van het Al-fosfaat op de plasticiteit, de verhardingstijd, de bestendigheid tegen zuur en loog en de drukvastheid nagegaan.

Bij dit onderzoek werden de volgende vloeistoffen gebruikt, die op dezelfde hoeveelheden P205 en H«0 varieerende hoeveelheden A1,03 en ZnO bevatten:

No. H,0 P205 ALOs ZnO I 1

I 49 48 3 —

II 49 48 5 —

III 49 48 — 7

IV 49 48 — —

V 49 48 — 11

VI 49 48 1 7

VII 49 48 3 7

VIII 49 48 2 7

De bereiding van deze vloeistoffen leverde aanvankelijk moeilijkheden op. Van de chemie der aluminiumfosfaten is veel te weinig bekend93 om met zekerheid een verbinding van bepaalde samenstelling te kunnen maken en die daarna in fosforzuur op te lossen. Daarom werd getracht, het fosfaat in de oplossing te maken uit de berekende hoeveelheden fosforzuur en aluminiumnitraat of -chloride; het salpeterzuur of zoutzuur werd verdreven door verhitten van de oplossing onder doorleiden van lucht; was de temperatuur tot ongeveer 200° C. gestegen, dan werd de verhitting onderbroken om het verdampte water te vervangen. Op deze wijze kon het fosforzuur niet verdampen; de bewerking moest echter vele malen herhaald worden, voordat in het destillaat geen NO/ of Cl' meer was aan te toonen. Werd de oplossing dan met water tot het juiste gewicht aangevuld, dan bleef of ontstond een kristallijn neerslag, zoodat deze wijze van werken niet tot het doel leidde.

Sluiten