Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Til.

over het hooge belang , dat ek voor den geneesheer , in gelegen is , het ontwikkelings-proces tan het kind naauwkeurig nategaan.

Wij hebben reeds ter loops aangemerkt, dat liet menschclijk ligchaam gedurende deszelfs leven, van de geboorte af tot in den grijzen ouderdom toe, niet steeds op dezelfde wijze bewerktuigd is, maar dat de verschillende tijdperken des levens met ligchamelijke veranderingen gepaard gaan, zoodat aan den eenen kant deelen, die vroeger aanwezig en werkzaam waren, verdwijnen of vergroeijen, en aan den anderen kant andere weder gevormd worden en zich ontwikkelen. Deze ligchamelijke veranderingen worden zoowel bij den geboren mensch , als in de teedere kiem waargenomen. Voordat het foetus nog ligchamelijk gevormd is, heeft reeds een werktuig, het navelblaasje, deszelfs verrigting volbragt, en verdwijnt; bij de geboorte scheidt zich het kind van de, hetzelve vroeger omgevende vliezen en den moederkoek, uit welken het tot nu toe gevoed werd , af; de thymus wordt kleiner en verdwijnt zelfs langzamerhand. Met de geboorte hebben echter nog veel gewigtiger veranderingen in de kinderlijke bewerktuiging plaals, ja men zoude zelfs kunnen beweren, dat het ligchaam van het kind in ieder opzigt verandert. Het kind begint adem te halen en geluid te geven (kk), en het bloed neemt eenen geheel anderen loop. Zoodra de longen hare verrigting beginnen, stroomt ook het bloed uit de regter bartekamer derwaarts , deszelfs weg nemende door de arteria pulmonalis, om door de venae pulmonales weder naar het hart terug te kecren en zich in het atrium sinistrum uit te storten. Uit het atrium sinistrum loopt het inde linker bartekamer, en uit deze inde aorta, door welke het zich in het geheele ligchaam verspreidt, terwijl het door de holle aderen weder in den regter harteboezem , uit dezen weder in de regter bartekamer terugkeert, van waar het zich op nieuw in de longen uitstort. Met deze verrigting der longen en den veranderden bloedsomloop houdt nu ook de doortogt van het bloed door de navelstreng op. ])e organen, die nu overbodig geworden zijn, b. v. de navelvalen, de ductus venosus Arantii en de ductus arteriosus Botalli, houden op bloedvaten te zijn en vergroeijen (ll).

(kk) Bij de verklaring van het pliysiologisch proces, hetwelk hel eerste schreeuwen en ademhalen ten gevolge heeft , is de bemiddeling van het ruggemerg niet uit het oog te verliezen; dit wordt namelijk door vreemde, van buiten op de adembalings-gevoelszenuwen inwerkende invloeden geprikkeld , waarop eene , immers door overspringing op de hewegingsstrengen en zenuwen mogelijke , als het ware convulsief reflectorische werkdadigheid der ademlialingswerktuigen plaats grijpt. Vert.

(ll) Ter volmaking der beschrijving van deze vergroeijingen verdient hier bij gevoegd te worden , dat de valvula Eustaclrii, grootendeels door de verandering in de ligging van het hart (hetwelk na de geboorte , door de drukking van de alsdan zich uitzettende drielobbige regterlong, eene schuinsche , naar de linkerzijde gedrongen positie verkrijgt, terwijl hetzelve voor de geboorte in het midden der borst en meer loodlijnig gelegen was), dat de ralvula Eustachii, zeggen wij, niet langer hel vermogen behoudt , om het bloed naar het foramen ovale te riglen , waarom zij , onnoodig geworden zijnde, verdwijnt. Dit foetaal inslroomen van het bloed

Sluiten