Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deden levens de geheele schaamstreek ; het bekken wordt aanmerkelijk grooter, de dijen sterker, de mons veneris puilt meer uit en wordt met kroesig haar bezet. De eijernesten bevatten nu rijpe eijeren, de baarmoeder wordt grooter, zachter en warmer, en in denzelfden graad als deze ontwikkelen zich de borsten. Het aangezigt wordt voller, bet oog krijgt meer uitdrukking, de stem wordt ronder en eene geheele nieuwe verrigting treedt in de menstruatie te voorschijn.

Ons plan is het ligchaam van het kind tot op dat tijdstip te volgen en de gedurende deze tijdruimte ontstaande ziekten te beschrijven. Niet altijd echter stelt de na'uur alle de veranderingen , welke met de verschillende ontwikkelingstijdperken gepaard gaan, zoo gemakkelijk en onmerkbaar daar, maar somtijds ontstaat door toevallige omstandigheden cene wanverhouding tusschen de verschillende stelsels , of eene storing in het evenwigt, in welke deze tot elkander slaan moeten , waaruit alsdan natuurlijk een ziektetoestand geboren wordt. Iedere zoodanige storing deigezondheid , welke ten tijde van de ontwikkeling plaats grijpt, en door deze wordt daargesteld, noemen wij ziekte der ontwikkeling, en deze ontwikkelingsziekten zijn even zoo verschillend en menigvuldig als de storingen in de verrigting der stelsels zelve. Om nu echter de juiste geneeswijze in zulke gevallen optesporen, is het noodig, cenigermate naauwkeuriger te onderzoeken, op welke wijze de bewerktuiging gedurende zulke ontwikkelingsprocessen ziekelijk wordt aangedaan, omdat wij , zonder daarvan de noodige kennis te bezitten, evenmin in staat zijn, de ziekten der ontwikkeling te voorkomen, als dezelve, wanneer zij eenmaal aanwezig zijn , uit den weg te ruimen, zonder gevaar te loopen ten opzigte van het geneesplan , misslagen te begaan , welke de treurigste gevolgen hebben kunnen.

Alle ontwikkelingen in bet mensehelijk ligchaam hebben op dezelfde wijze plaats, en brengen op de plaats, waar zij voorgaan , een verhoogd zenuwleven, vermeerderden toevloed van sappen, met verhoogde werkdadigheid der vaten en afzetting van slolbare sloffen, welke bewerktuigd worden, te weeg. Dit alles geeft zich door bijzondere verschijnselen te kennen , en wel somtijds door gewaarwordingen op de plaats zelve deivorming , gewoonlijk echter door verhoogde warmte , roodheid en zwelling , ten gevolge van de verhoogde werkdadigheid van het bloedvatenstelsel, gepaard met vermeerderden bloedaandrang. Deze verschijnselen doen ons terstond aan ontsteking denken, daar deze zich op dezelfde wijze te kennen geeft; slechts is de pijn gewoonlijk bij deze heviger; ook wordt inderdaad door geneeskundigen dikwijls in de diagnose gedwaald, te meer daar ook hier even als bij ontsteking, wanneer het geheele ligchaam door dezelve sterk wordt aangetast, koortsbeweging te voorschijn komt. Ofschoon nu deze toestand zeer met ontsteking overeenkomt, onderscheidt zich dezelve echter reeds daardoor van dezelve, dat alles, hetgeen hier plaats vindt, physiologisch is, en er niets pathologisch aanwezig is, zoodat het ontstekingwerend geneesplan hier niet zonder nadeel zou worden gebezigd.

In het algemeen mag de geneesheer bij alle deze verschijnselen slechts opmerkzame waarnemer zijn, daar de natuur gewoonlijk zelve zorgt, dat zij voor de bewerktuiging onschadelijk blijven. Het is voorzeker waar, dat, door eene te groote opgewektheid van het zenuw-

Sluiten