Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8len lijd is deze wijze vaa behandeling geheel in vergetelheid geraakt, en Ddbois zoowel als Dieffenbacii stemmen daarin overeen , dat de aanwending van een seton zoowel als van brandmiddelen , eene gevaarlijke terugwerking ten gevolge heeft , waarom dezelve uit de behandeling der hoofdbloedgezwellen voor altijd moesten geweerd worden.

Het menigvuldigst eindelijk zijn de hoofdbloedgezwellen door insnijding geopend geworden; en ook in het verrigten van deze operatic stemmen de geleerden niet overeen. Eenige geneeskundigen, zoo als Ciielics, staken slechts met een lancet in het gezwel, drukten hetzelve uit, en zochten, wanneer hetzelve zich niet volkomen ontlastte, de genezing nog door laauwwarme omslagen te bevorderen, waartoe Klein een infusumspecier. cephalic. met wijn, en Carus een infusum flor. arnicae , insgelijks met bijvoeging van wijn, hebben aanbevolen. Ook S. E. Löweniiard (1) doet den voorslag , het nog vlakke gezwel met eene fijne troiquart aan het onderste gedeelte voorzigtig te openen. Mogt het bloed niet van zelt uitvloeijen, dan moet men het door middel van een klein ivoor spuitje uitzuigen en door zeer goed gedroogde hechtpleister» (welke minder dan versche prikkelen) eene drukking aanbrengen, oinettering te voorkomen. Ph. Döpp slaat voor, den enkotoom eenvoudig in het gezwel te steken, en Wokurka houdt insgelijks den steek in het zelve voor voldoende. Dieffenbacu intusschen zag in verscheidene gevallen , na den steek in het gezwel, nog verscheidene weken lang eene ichoreuse stof in de holte afgescheiden worden , en eerst door verwijding van de wond bewerkte hij de sluiting van de bekleedselen. Het sluiten der wond wordt in die gevallen tot na de volledige ontlasting van het gezwel, door het inbrengen van plukseldraden tegengegaan. — Buscn (2) zag zich , na het te vergeefs aanwenden van uitwendige zamentrekkende middelen , genoodzaakt, een bloedgezwel den 14den dag te klieven, en houdt dit late openen van de bloedgezwellen voor geheel van gevaar ontbloot, v. Siebold maakte het eerst er op opmerkzaam, dat het enkele insteken in het gezwel, ter ontlasting van het uitgestorte en meestal geronnen bloed, niet toereikend is, maar dat men het gezwel in de lengte tot op het been doorklieven , en de wondranden na de ontlasting van het gezwel door hechtpleisters spoedig weder vereenigen moet. Deze handelwijze werd vooral door Osiander en NSgele gevolgd. Miciiaclis zag zich bovendien in een geval genoodzaakt, het lancet te bezigen , en bewerkte door middel van hetzelve spoedig genezing. Brosius (3) welke van de handelwijze, door Gölis gevolgd, geene goede uitkomsten zag, kliefde het bloedgezwel insgelijks door , en bragt daardoor genezing te weeg ; dergelijke waarnemingen werden ook doorFEiLER, Cafi.ron- , Sciiultze (4) en IIöre gedaan, weshalve zich ook Wendt voor het insnijden verklaart.

Carus (5) herstelde door de insnijding (onkotomie) een met een hoofdbloedgezwel behebt kind in derr'tijd van vijf dagen. Dezellde uitkomst

(1) V. Siebold's Journal fiir Geburlshiilfe etc. Bd. VII. S. 493.

(2) Gemcinsamc deutsche Zeitschrift fiir Geburtskunile. Bd. 111. Heft. 2. S. 3S2.

(3) llufeland's Journal fiir prakt. Heilkunde. 182a. April.

(4) Vergelijk Ilaller's Monographie.

(ö) Gemeios. deutselie Zeitscbr. fiir Geburtskunde. Bd. I. S. 378.

Sluiten