Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rigtingen kinderen te behouden , volgt daaruit het voorschrift, in ieder geval de operatie te beproeven. Bbkks (1) raadt zells , na gedane insnijding, inet eene troiquart in de eigenlijke rigting van den endeldarm nog dieper in te steken, dan men dit met het mes had durven wagen. Uit hooide van de onzekerheid omtrent den afloop van zulke heelkundige kunstverrigtingen, zijn intusschen vele geneeskundigen tegen dezelve opgekomen, en hebben dezelve veeleer voor onnuttig of vruchteloos verklaard. Zoo zegt b. v. J. ilowsiiip, dat op de kunstmatige opening van den aars, ook wanneer dezelve gelukt, gewoonlijk niet het verwachte heil volgt, daar de sluitspier van den aars ontbreekt, en buikverstopping of ook wel onwillekeurige ontlasting der drekstoflen terugblijft; dat hij op deze wijze eenige gevallen heeft waargenomen , in welke de operatie gelukt was, doch de kinderen desniettemin na een of twee jaren stierven, waarbij in de lijken eene buitengewone verwijding van den endeldarm voorkwam. OokJ. Wayte (2) deelt eene waarneming mede, waarin de operatie gelukt was, na welke wezenlijk meconium en drekstoflen afgingen, doch het kind evenwel aan hectische koorts stierf. Naar L. J. v. Bierkowski (3), is de operatie tegenaangewezen bij eene zoodanige vleezige vergroeijing van den aars , dat op de plaats, waar zich gewoonlijk de aarsopening bevindt, noch een gering indruksel, noch een ander spoor van deszells aanwezen is waar te nemen; want in zulke gevallen eindigt de endeldarm zeer hoog in het bekken in eeuen blinden zak , zoodat dezelve niet door de instrumenten te bereiken is j of de endeldarm ontbreekt geheel en al. Desniettemin is de operatie ook met een volkomen gunstig gevolg gedaan, b. v. door A. F. Zöiirer (4) bij eenen vondeling. Dc ontlastingen hadden eenige dagen achtereenvolgende geregeld plaats; ongelukkig echter ging de wond later in koud vuur over, en het kind stierf veertien dagen na dc operatie.

Wat dc uitvoering der operatie belreft, zij men i "hoedzaam, niet op eens te groote sneden te doen; het is altijd raadza. a, nadat men eene insnijding van eenen duim lengte gemaakt heeft , deze met kleine insnijdingen in de rigting van den endeldarm verder te vervolgen. Om de blaas voor beleediging te vrijwaren, heelt men den voorslag gedaan , eene kleine katheter in de pisbuis van het kind te brengen, en deze gedurende de operatie te laten liggen, opdat daardoor de pisblaas beschuttende vinger eenen wegwijzer hebben zoude ; men volgt intusschen dezen voorslag niet altijd op, en verlaat er zich op, dat de blaas naar voren ligt, waarom men gewoonlijk den endeldarm meer aan dc achterste vlakte van de bekkenholte zoekt.

In die gevallen , waarin de endeldarm volstrekt niet aanwezig is (xxxv),

(1) J. Bnrn's Grundsatze der Geburlshülfe. Aus. dem. Eni^l. von Kölpin. Stettin, 1820. 8.

(2) The Edinburgh mcdical and surgical Journal. Nr. LXXII. 1821. April.

(3) Anatomisch chirurgische Abbildtingen nebst Darstellung und Bcschrcibung der chirurgischen Operationen naeh den Methoden von Gvüfe, Kluge und Rust. Bcrlin, 1827.

(4) Oesterrcich. medicin. Wochenschrift. 1842. Nr. 54.

(xxxv) In de Preussische Vereinszeitung, Nr. 19, 1848, wordt door Hersing een geval van atresia ani medegedeeld, waarbij tevens het zeld-

Sluiten