Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen dezelve meerdere maanden na de geboorte willen hebben zien ontstaan, en IIenke verschijnselen van deze ziekte zelfs in het twintigste levensjaar bij een meisje , na eene hevige verkoudheid , gelooft te hebben waargenomen. — Heyïelder , welke de cel weefsel verharding in het Parijscbe vondelingshui» dikwijls heeft waargenomen, zegt, dat zij gewoonlijk in de eerste vijf dagen na de geboorte te voorschijn komt. Gevallen van aangeboren celweefselverharding zijn overigens door Usekbezii's (1), Dectsciiiïerg (2), Prosper Sylvain-Denis (3), Lobsteih (4) en Alisert (5) beschreven geworden ; onder de Duitsche geneesheeren gelooven ook Berends (0) en Naehann (7), dat deze ziekte aangeboren zijn kan en Lcweniiardt (8) deelt eene eigene waarneming mede, welke dit vermoeden hoogst, waarschijnlijk maakt.

Deze ziekte neemt daarmede haren aanvang, dat enkele plaatsen van de ligchaamsoppervlakte, onder verandering der gewone huidkleur , die somtijds wit, even als bij d e phlegmasia alba dolen s, in de meeste gevallen echter rood wordt, of wel een icterisch of roodachtig blaauw aanzien verkrijgt, hard worden en verstijfd op het gevoel zijn , zoodat de vinger gewoonlijk bij sterke drukking op deze plaatsen geen indruksel achterlaat; gelukt het door de drukking des vingers een klein indruksel in de huid te bewerken, dan neemt deze slechts zeer langzaam hare vorige ruimte weder in. Tevens is het in het oogloopend, dat op deze plaatsen de huidwarmte verloren gaat, en zij koud op het gevoel zijn, en ook na kunstmatige verwarming altijd spoedig weder de vorige koude doen waarnemen. Daarbij laat zich de huid niet heen- en wederschuiven , maar schijnt met het onder haar liggend celweefsel en de spieren een verstijfd geheel uit te maken.

Het menigvuldigst komt de ziekte het eerst aan de ledematen, of aan de wangen en de geslachtsdeelen , waar het celweefsel het sterkst is , voor, en verspreidt zich van hier over een groot gedeelte van de geheele ligchaamsoppervlakte. Ons is slechts een enkel voorbeeld onder het oog gekomen , en ook van dit kunnen wij niet veel uit eigen bevinding zeggen , daar wij de ziekte reeds geheel ontwikkeld aantroffen , en het kind, hetwelk voor het overige goed gevoed en tien dagen oud was , reeds bij ons tweede bezoek dood aantroffen. Bij dit kind waren beide de onderste ledematen , de geslachtsdeelen, de hcupstreken en de onderbuik tot aan den navel hard , blaauwrood van kleur en koud, de voetzolen bol; dat echter de onderste ledematen zoo gezwollen zouden geweest zijn, dat zij verkromd schenen (zoo als Plehck zegt), hebben wij niet kunnen

(1) Ephemerid. aead. natur. curios. cent. IX. obs. 30. p. 63.

(2) Piss. de tumoribu9 nonnullis congenitis. Vratislav. 1822. p. 21 et tabul. II.

(3) Thèses de Paris, ann. 1824. No. 189. De rendurcisseraent du tissu cellulaire et de 1'ictèrc du fétus et de 1'enfant nouveau-né. — Recherches d'anatoinie et de physiologie pathologiques sur plusieurs maladies des enfans nouveau-nes. Commercy, 1826. p. 143.

(4) Anatom. patholog. II. p. 6. (8) Nosologie naturelle, p. 498.

(6) Uandb. der prakt. Arzneiw. herausg. von Sundelin. Rd. IX. S.188.

(7) ilandb. der mediciniscben Klittik. Rd. III. Abtheil. 2. S. 237.

(8) Casper's Wochenschrift. 1840. 48.

Sluiten