Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling behandelde rozige ontsteking der pasgeborenen verwisseld hebben , alsmede in het verwaarloozen of niet met de behoorlijke voorzigtigheid en juistheid verrigten der lijkopeningen. Ciiambon en Gamibon gelooven, dat het wezen van de celweefsel verharding in eene door de koude bewerkte mechanische verharding van het vet, hetwelk , zoo als IIulme bevestigt, wel degelijk hard en korrelig aangetroffen wordt, gelegen zij. Hetzelfde gevoelen wordt door Marzari (1) geuit. — Lefebure de Villebrïne schrijft aan eene looiachtige geaardheid van het vruchtwater en het inwerken van hetzelve op de ligchaamsoppervlakte van het foetus de schuld toe. Stütz (2) meent het ontstaan dezer kwaal te kunnen verklaren, door eene tonische kramp in het celweefsel aan te nemen. waarom hij ook aan den naam van celweefselkramp de voorkeur geeft; en anderen wederom trachten de ontstekingachtige natuur van de ziekte te bewijzen, waarbij zij de hardheid der wangen als uit trismus ontstaande meenen te kunnen verklaren. — Lodemavn erkent eene groote overeenkomst tussclien deze ziekte en de phlegmasia alba dolens puerperarum , daar men bij beiden de meest in het oogloopende overeenkomst van de karakteristieke verschijnselen, Van zwelling, hardheid, koude en dikwijls ook van eene waskleur der huid en van pijn, waarneemt. Kctsch (3) verklaart de kwaal als een primair lijden van het watervaatstelsel. — Jörg is van oordeel, dat deze ziekte het gevolg is van eene plotselijke en aanmerkelijke onderdrukking van de werkdadigheid der huid , door verkonding ontstaande,— en Carus helt er toe over, dezelve als het gevolg van het gezonken zijn der levenswerkdadigheid in het algemeen, en van het huidstelsel in het bijzonder te beschouwen, en vergelijkt de ziekte dan ook met de ma-rasmus senilis of het afsterven van vingers en teenen, in welk gevoelen hij versterkt werd. doordien hij bij vroegtijdig geboren, aan atrophie stervende kinderen, bijna altijd eene zoodanige houtachtige vastheid der huid, evenals bij de celweefse! verharding, verbonden met eenen verminderden warmtegraad, meerdere dagen voor den dood, ofschoon in geringeren graad , waarnam. Wendt poogt den zamenhang van de celweefselverharding met aanmerkelijke storingen in de gewigtigste werktuigen van den onderbuik te bewijzen , waarbij hij een groot overwigt van de veneusiteit als causa proxima aanneemt, daar men het meest eene overvulling der vaten van den onderbuik met zwart bloed heeft aangetroffen. — Paletta (4) neemt aan , dat de verharding van het celweefsel der pasgeborenen op eene neiging van het bloed berust, om zich in de grooteaderstammen van de borst- en buikholte op te hoopen.— IIeyfelder zegt, met Brescüet , bij alle aan celweefselverharding gestorven kinderen, den ductus arteriosus Botalli, het foramen ovale en den ductus venosus Arantii geopend of slechts onvolkomen gesloten gevonden te hebben, en vindt daardoor de voorbeschiktheid gegeven, daar bij zoodanige kinderen het bloed ligt den grooten bloedsomloop verlaten en dien van het foetus weder

(1) Hufeland's Journal. Bd. -XIV. St. 4.

(2) Memorie seientifiehe et letteraric dell' Atteneo di Treviso. \ol. III. Treviso, 1824.

(5) Diss. de ervsipclate neonatorum et induratione tclac eellulosae. Groningae, 1816. (4) Hufeland's Journal. 1811. Jul. Aug.

Sluiten