Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwollen, Van cene wei-geleiachtige vloeistof doordrongen, luchtpijp en luchtpijpsvertakkingen eenigzins roodachtig, hersenvliezen en sinus sterk overvuld, hersenmassa en ruggeinerg opgespoten en somtijds verweekt worden aangetroffen. Oesterlen vond bij dc lijkopening van een aan celweefsclverliarding gestorven kind volstrekt geen spoor meer van celweefsel; dit was door een soort van opslorpings-proces geheel en al verdwenen, zoodat de huid onmiddellijk met de spieren, en deze onder elkander tot eene vaste, harde massa vergroeid waren. ITayn (1) gelooft, dat de ziekte deszelfs zetel heeft in het spierstelsel, omdat hij bij dc lijkopening de spieren , die allen in den toestand van zamentrekking verkeerden, in eene zelfstandigheid veranderd vond, die zich aan het oog glasachtig, bijna doorschijnend voordeed, hard was, en bij doorsnijding een knetterend geluid , even als bij scirrhus, hooren deed. Intusschen- waren de spieren niet in haar geheel, maar slechts op enkele plaatsen ziekelijk aangedaan ; in de inwendige werktuigen kon men met het bloote oog geene verandering waarnemen ; daarentegen was op iedere zijde der wang een regelmatige vetklomp, welke inwendig uitvetblaasjes zamengesteld was , zigtbaar.

Ten opzigle van het darmkanaal meent Leger opgemerkt te hebben, dat hetzelve, en vooral de dunne darmen , bij zulke kinderen naar verhouding zeer kort is, terwijl hetzelve bij de aan ontsteking der darmen gestorven kinderen zeer verlengd schijnt. Bij honderd lijken trof L. het darmkanaal in de doorsnede slechts 7§ tot 8 voeten lang aan, terwijl het gewoonlijk 10j voet lengte pleegt te hebben. Billard echter spreekt deze opmerking tegen, en beweert, dezelve nooit bevestigd te hebben gevonden.

Zeer overeenstemmend worden door de geneeskundigen koude en vochtige lucht en woning, verkouding bij het wasschen en baden, en onderdrukte huiduitwaseming als oorzaken der ziekte opgegeven, zoo als door Jos. Frank , Brcnj (2), Auvity , Soüville , Naudeau , Andhy (3), Moscati (4), Capüron , Jörg , Marzari. C. Rösch (5) en Riodard (6) geven verkouding, vooral bij onrijpe, zwakke kinderen, als oorzaak op. Ook Junomann (7) zag de celweefselverharding slechts bij levenszwakkc , onrijpe, en Busen (8) bij zwakke, slechtgevoede kinderen voorkomen. Sebastian Liberali verklaart dit gevolg door koude uit verlamming van de huidzenuwen , storing der verrigtingen van het celweefsel , der reproductie, van den bloedsomloop, van dc ontwikkeling der dierlijke warmte enz. Brem nam in het vondelingshuis te Florence waar, dal deze kwaal het menigvuldigst gedurende het koude jaargetijde voorkomt, en zelden

(2) Casper's W och en schrift. 1842. Nr. 24.

(1) Loder's Bemerkungen iibcr iirztliche Verfassiing imd Unterricht in Italien , wahrend des Jahr's 1811. Leipzig, 1812.

(3) llistoire ct mémoires de la Société royale de Médéeine. Année 1787—1788. — Journal de Médéeine. Tom. LXXVII. — Gazelle Salutaire de Bouillon. 1787. — Abhandl. fiir prakt. Aerzle. Bd. XV. St. 4.

(4) Giornale fisico-med. Febrajo. 1793. — W eigel's Italienische ined.chirurg. Bibliothek. Bd. II. St. 2. (ü) Hufeland's Journal. 1840. Jul-

(6) Traité pratique des maladics des enfans. p. 87U.

(7) Oeslerreich. medicin. Jalirbiicher. Bd. XIX. St. 3.

(8) Neue Zcitsehrift fiir Geburtskunde. Bd. V. St. 2. S. 286.

Sluiten