Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde. Eindigt daarentegen de ziekte in genezing, dan verdwfjnt liet exsudaat allengskcns, en wel ia diervoege, dat het daar, waar het het dikst was, het langst aanwezig blijft. Het slijmvlies van den mond vertoont aan de van de soor bevrijde plaatsen eene natuurlijke roodheid, de gehecle uitdrukking van het kind wordt vrolijker, het oog toont rust aan, het kind weent minder, neemt de borst weder met graagte, en houdt onder het zuigen minder dikwijls op. Ook in dit gunstig geval blijft dikwijls nog langen tijd eene neiging tot instorting over(cxm); zelfs zag Guersext nog na maanden de ziekte weder op nieuw beginnen. Somwijlen heeft men door eene gelukkige verandering, de ziekte spoedig zien ophouden, en de genezing binnen korten tijd volgen.

Bij die kinderen, bij welke de soor in den dood eindigde , toonde de lijkopening niet slechts , dat de slokdarm en de maag mede was aangetast , maar ook dat de kwaal zich zelfs tot in de darmen had uitgebreid. Intusschen nam dezelve al meer en meer in hevigheid af, hoe verder de zieke plaats van den mond , als de oorspronkelijke zitplaats der ziekte, verwijderd was. Riciiard zag de soor als zoodanig zich slechts tot in de maag uitstrekken, in de darmen nam hij nog slechts ontstoken plaatsen waar. Valleix (1) trof slechts in een geval de soor in de dunne darmen aan. Wel echter vertoonde zich dikwijls een dergelijk exsudaat in de luchtwegen.

De soor komt niet de cronp in meerdere opzigten overeen; beide berusten namelijk op eene ontsteking van het slijmvlies, en wel in het begin van de ademhalings- en ingestiewerktuigen; het exsudaat is in beide ziekten van gelijken aard , en wel niet slechts met betrekking lot de uitwendige verschijnselen, maar ook ten opzigte van deszelfs verhouding bij de inwerking van onderscheidene reagentia, hetgeen Schwilgué, Doeble, Geersent cn Bretonneae (2) buiten twijfel gesteld hebben. Dat de soor voor het overige vroeger pleegt voortekomen dan de cronp , spruit daaruit voort, dat ontstekingachtige aandoeningen in het algemeen in de ingestie- en assimilatiewerktuigen vroeger ontstaan dan in de ademhalingswerktuigen. Beide ziekten hebben overigens nog dat eigendommelijk, dat zy niet zelden in periodieke tusschenruimten nieuwe aanvallen maken, dat zij zich op eene zeer overeenkomende wijze ontwikkelen , en dat zij zich beide op een en hetzelfde slijmvlies voortzetten.

Tot deze ziekte zijn bij uitstek zwakke en zonder borst opgevoede kinderen in de eerste da;;en en weken van hun leven voorbeschikt. Schadelijken invloed schijnen onzindelijkheid, slecht voedsel en ongezonde lucht uitteoefenen. Riciiard somt als oorzaak ook het zuigen der kinderen aan ontstoken borsten op. Besmettend schijnt de kwaal niet te zijn. Als complicatien heeft men inzonderheid andere ontstekingen met de soor zien gepaard gaan; Billard ten minste vond onder 50 kinderen , die

(cxm) Eisenman» verkreeg zijn vroeger vermeld inzigt omtrent de vormingswijze van liet exsudaat voornamelijk door de ervaring, dat de zuurvorming en de onophoudelijk recidiverende ziekte vaak eerst dan ophield, wanneer het melkdiéet gestaakt werd , waaruit voorts Isensce het besluit trekt, om dergelijke kinderen melkdiëet te onthouden en meer geëigende roborerende middelen toetedienen. Vert.

(1) Clinique des inaladies des enfans nouveau-nés. Paris, 1858. p. 268.

(2) Archivcs génerales de Med. 1817. Mars.

Sluiten