Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liel tevens door fronsen der wenibraauwen en bovenste oogleden pi ju te kennen, dan moet liet mengsel verdund worden. Bij nacht brengt W. een weinig zinkzalf tusschen de oogleden, llad zich de ontsteking aan den oogbol medegedeeld, dan bragt een aan den buitensten ooghoek gezette bloedzuiger beterschap aan. v. Ammon schreef 4 tot 6 grein extr. saturni in 3 tot 5 oneen gedestilleerd water opgelost, met bijvoeging van |—1 drachme opiumtinctuur voor; en ook Vetcii (1) roemt de werking van liet acet. plumb. Fricke (2) bedient zich van het aq. ophthaim, Conr. ; Herzberg (3) en F. Haase (4) van de chloorkalkwasschingen , wier nut ook Elsïsser (5) en Varlez (6) (gr. iv op een once gedestilleerd water, goed doorgezijgd) bevestigen. Neemt de ontsteking der oogleden in hevigheid toe, en deelt zij zich aan het oog mede, dan moeten spoedig ontstekingwerende middelen worden aangewend; onder deze verdienen plaatselijke bloedontlastingen boven alle andere verreweg de voorkeur. De Engelsclien, b. v. Saonders (7), zetten bloedzuigers in de nabijheid van het oog, zoo dikwijls en zoo lang, tot dat 'de zieke kinderen bleek worden, waarbij zij inwendig nog calomel en rheurn met magnesia toedienen. Ook in Duitschland hebben onderscheidene goede practici de bloedzuigers aangeprezen, doch dezelve niet in deze al te groote hoeveelheid aangewend. Rust (8) liet b. v. eenige aan de slapen of achter de ooren zetten, wendde later trekpleisters en afvoerende middelen , oogwaters en omslagen aan , en was daarbij zoo gelukkig, dat bij 90 zoodanige ooglijdertjes geen enkel oog verloren ging. Ook Vetch , v. Amjion , Heyfeider , Sciiöpff , Dewees (9), Kenredy , G. J. F. Soskemiayer (10), H.Carmicdaei (11) en andere vereenigen zich met deze wijze van behandeling. Jörg verklaart zich tegen de bloedzuigers , en uit daarbij de meening, dat zij vooreerst niet noodzakelijk zijn, en ten andere , dat 'de huid van het kind in de eerste zes weken na de geboorte niet altijd zonder nadeel den beet dezer dieren verdraagt. Verleenen de bloedzuigers niet de verwachte hulp, dan verdienen blaartrekkende pleisters in den nek en achter de ooren aanbeveling. Döpp (12) prijst insgelijks de trekpleisters, en liet tevens laauw, voor de helft verdund Goulard's

(1) Szerlccki, Dictionnaire abrégé de thérapeulique. Paris, 1837. Tom. II. p. 292.

(2) J. C. G. Fricke , Annalen der chirurg. Abthcil. des allgem. Krankenb. zu Hamburg. Hanib. 1828. 8.

(5) R. Grafcs. h. ff allher's , Journ. fiir Chirurg, u. Augenheilkunde. Berlin. Bd. XIV 4.

(4) Gemeins. deutsche Zeitung. fiir Gebnrlsk. Bd. Y. S. 637.

(Ï5) Schmidt's Jahrb. 1833. Bd. VII. S. 322.

(6) Beck's Handb. der Augenheilkunde.

(7) Himh/s Biblioth. fiir Ophthalmologie. Bd. I. St. 1. 103.

(8) Saliburgcr Mediein Chirurg. Zeitung. 1813. No. 63.

(9) Treatise on the Phys.and Med. treatment of ehildern. Philadelph.1826.

(10) Die Augenkrankh. der Neugebornen u. s. w. Leipzig 18-»0. 8.

(11) Dublin Journal. 1839. No. 44.

(12) Saminlung vcrmiscbtcr Abhdlg. a. d. Gebiet der Heilkunde von cincm Verein für prakt. Aerzte. zu Petersburg. Hamburg 183!).

Sluiten