Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23 jaren, van een lymphatiseh-sanguiniseh temperament, zeer tenger gestel en min of meer Scrophuleusen habitus, werd den 15. Mei 1838 in de kazerne te Breda door de gewone purulente Ophthalmie aan beide oogen aangetast, den 16. naar ons Hospitaal opgezonden en denzelfden dag nog gecauteriseerd; de ontsteking en de etterachtige afscheiding was zeer spoedig geweken, zoodat hij reeds den 1. Junij 1838 het Hospitaal geheel hersteld verliet.

10t,e Waarneming.

H. T. Meijer, flankeur bij de 4. Komp. van het 3. Bat. der 7. Afdeeling Infanterie, oud 25 jaren, van een bloedrijk temperament, lange gestalte en eene sterke, gezonde constitutie, zonder sporen van eenigerhande cachexie, werd den 1. Julij 1838, in het Legerkamp bij Reijen, door Ophthalmia purulentaaan beide oogen aangedaan, en den 3. Julij in ons Hospitaal opgenomen, zijnde den 3. dag der ziekte. Bij zijne inkomst werden de oogen dadelijk gecauteriseerd, met het gevolg, dat hij reeds den 11. Julij convalescent was en 2 dagen later het Hospitaal verliet.

Hde Waarneming.

G. A. van Marle, fuselier bij de 4. Komp. van het 2. Bat. der 7. Afdeeling Infanterie, van

Sluiten