Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo als het ook te begrijpen is , dat hyperaemien in geen werktuig zulke aanmerkelijke en in het oog loopende stoornissen te weeg brengen , als in de hersenen.

De tweede , tot heden toe niet genoeg overwogen werking van de hyperaemien , is eene scheikundige. Hyperaemie berust op vertraging van den bloedsomloop in de haarvaten. Het hyperaemische werktuig is wel is waar met bloed overvuld , doch aan hetzelve wordt binnen eenen bepaalden tijd minder bloed toegevoerd , dan aan een niet-hyperaemisch werktuig, juist daarom , omdat de haarvaten met bloed overvuld , het ingedrongen bloed slechts langzaam voortstuwen en aan de aderen ter afvoering overgeven , derhalve aan het indringen van eenen nieuwen stroom slagaderlijk bloed eenen des te grooteren wederstand bieden , naarmate de oppervlakte van het haarvatennet grooter is, dan die der overeenkomstige slagaderen , en naarmate de snelheid der bloedsbeweging naar de haarvaten afneemt. Op die wijze heeft er in een hyperaemisch werktuig geene zoo snelle bloedomzetting en stofwisseling plaats, als in een werktuig, dat in eenen gezonden staat verkeert. Veeleer is het in hyperaemische werktuigen staan blijvende, niet dikwijls genoeg vernieuwde bloed, minder rijk aan zuurstof, minder voedend en opwekkend. Hyperaemische werktuigen ztjn derhalve streng genomen armer aan bloed, dan gezonde.

Past men nu deze inwerking der hyperaemie op de hersenen toe , en neemt men daarbij tevens in overweging , hetgeen vroeger over de wet der snelle stofwisseling gezegd is , dan zal men gaarne bekennen , dat iedere hersenhyperaemie , wanneer zij maar eenigzins langen tijd voortduurt , niet slechts door drukking, maar ook door bloedbederf op de hersenen inwerkt , en dat de verschijnselen van hersentorpor , die men anders geneigd is alleen aan de hersendrukking toeteschrijven , gevoegelijk ook van de scheikundige werking der hyperaemie kunnen worden afgeleid. Op deze wijze alleen is het te verklaren , waarom dikwijls bij de overtuigendste

Sluiten