Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

senziekten zoo als : ontstekingen , beroerte , tuberkels , kanker , hydatides , enz.

Wij. zullen dus bij individuen met duidelijk gekenmerkte vveiachtige bloedsmenging, bij bleekzuchtigen , bij lijders aan roodvonk , bij uitgeputte , in het herstellingstijdperk van zware ziekten verkeerende personen , bij kinderen onder de 3 jaren, bij uitterende grijsaards, enz. wanneer zij de verschijnselen van eene uitstorting binnen de schedelholte vertoonen , tot eene weiachtige gesteldheid derzelve , en dus tot eene hydrocephalie besluiten , ofschoon zoo als reeds vermeld is , ook onder zoodanige pathogenetische omstandigheden stolbare uitstortingen kunnen voorkomen, en wij derhalve in onze besluiten niet verder gaan mogen dan tot het waarschijnlijke , tot het vermoeden , daar wij slechts door ontleed- en scheikundige criteria eenmaal tot volmaakte zekerheid kunnen geraken.

Uit de pathogenetische eigenschappen van de hydrocephalien volgt voorts , dat zij des te zeldzamer zullen ontstaan, hoe rijker het bloed aan proteine en kleurstof is. Het zeldzaamst en slechts op eenen werktuigelijken weg ten gevolge van aanhoudende stasis voortgebragt , zijn zij derhalve bij de slagaderlijke bloedsmenging en wij zien b. v. bij longontstekingen eerst dan hydrocephalien ontstaan , wanneer, nadat er groote hoeveelheden vezelstof in het longweefsel zijn afgescheiden , het bloed ariner aan protëine en kleurstof geworden is, en de congestie naar de hersenen is blijven bestaan. Even zoo ontstaan weiachlige uitstortingen bij aan typhus, aan hartgebreken lijdenden, bij dronkaards, bij lijders aan tuberkels, kanker, eerst dan, wanneer deze verschillende crases hebben opgehouden te bestaan en voor de weiachtige hebben plaats gemaakt.

Het bloed der kinderen is armer aan vezelstof en kleurstof dan dat der volwassenen. Het is dus te verklaren , dat er bij kinderen door uitputtende ziekten , door bloedontlastingen, door het gebruik van eene meerdere hoeveelheid bloed tot ontwikkeling en tot den wasdom , inzonderheid tot de beenvorming gedurende het

Sluiten