Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomtj, maar ook ter naauwernood het onderwerp van eene klinische beschouwing kan uitmaken.

ATROPHIE DER HERSENEN.

De atrophie der hersenen onderscheidt zich van de tegennatuurlijke kleinheid der hersenen , hersenarrnoede , microcephalie, aangeboren idiotismus, daardoor, dat deze laatste in eene gestoorde ontwikkeling van de hersenen in haar geheel en van hare afzonderlijke deelen , door oorspronkelijke gebreken in de vorming, of door het voor den tijd vergroeijen der schedelbeenderen, doordrukking van den hydrocephalus meningeus, van den hydrops ventriculorurn en andere plaatselijke ongemakken bestaat , terwijl de eerste wordt voortgebragt door het slinken van de reeds ontwikkelde hersenen.

De hersenatrophie is of eene prirnitive , of eene secundaire , eene totale of partiele.

Eene primaire en tevens volledige atrophie , welke wij het eerst tot onderwerp onzer beschouwing willen maken, is die van den grijzen ouderdom of van het verouderen voor den tijd. Zij doet enkel de groote hersenen aan. Deze hebben aan omvang en gewigt afgenomen , zoo als uit de voorhanden ruimte tusschen de oppervlakte van dezelve en den schedel, alsmede uit de uitzetting der hersenholten te zien is. De hersenwindingen zijn dunner, de groeven breeder , de graauwe zelfstandigheid gaat in het gele, de witte, in het vuilwitte over, en wordt dikwijls zoo vast als leder. De hersenholten zijn uitgezet, dikwijls met eenen kristalachtigen of matwitten glans overtrokken. In eenen hoogeren graad vertoonen zich de halfronden op de doorsnede hol en de hersenzelfstandigheid, vooral in de mergachtige zelfstandigheid der halfronden, en in de gestreepte ligchamen, poreus. Ifet onmiddellijke en gewigtigste gevolg van deze hersenatrophie is de door het slinken voortgebragte ledige ruimte , of het vacuum in de schedelholte , en de naaste gevolgen van dit vacuum zijn hyperaemie , hersenbloeding , weiachtige uitstortingen , aderspattige uitzetting der vaten van het

Sluiten