Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men moet ten opzigte van de eerste , welligt van beide oorzaken , aannemen, dat zij met een gebrek der ligchaamsgesteldheid zamenhangen, welke aan den plaatselijken, door de resectie verwijderden ziektetoestand ten gronde lag. Welke beteekenis inwendige ziekteoorzaken voor den heelkundige hebben, daaromtrent heb ik mijne denkbeelden vroeger (Oppenheim's Zeitschrifl für die gesammte Medicm, 1842, Januarheft) medegedeeld, en deze denkbeelden zijn de hoofdzakelijkste aanleiding, waarom ik in geen grooter aantal gevallen resectiën heb uitgevoerd, tot welke mijn werkkring mij gelegenheid zou gegeven hebben. Ook in de volgende mededeelingen van enkele resectien zal ik mij herhaaldelijk beijveren, tot bepaling der voorwaarden mede te werken, waaronder sommige ziektetoestanden tot resectiën kunnen indiceren en onder welke der laatste geen heil te verwachten is.

Eene resectie, die op zich zelve zeer zelden is bewerkstelligd, moge den aanvang maken, namelijk eene

RESECTIO OSSIS ZYGOMATICI.

Na een' hevigen stoot tegen het linker jukbeen, was bij een' knecht (Karl U—ch, 58 jaren oud, uit Wiesenena) allengs eene uitzetting aan het genoemde deel ontstaan, die later aan de oppervlakte rood van kleur werd, met weinig kloppende pijn gepaard ging en, door een' heelkundige geopend, volgens zeggen weinig etter met veel bloed ontlastte. Nu woekerden op onderscheidene plaatsen fungositeiten te voorschijn, die een' dunnen ichor afscheidden en zich met

Sluiten