Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaak. Nadat de daardoor omgrensde lap van het been was losgemaakt en naar boven omgeslagen, bleek het, dat het regter gedeelte der kaak weder in zoo verre in de degeneratie deelde, als de haar bekleedende zachte deelen in hunne geheele dikte ontaard waren , deze ontaarding zich m de kassen der beide laatste kiezen uitstrekte en het been zelf aan zijn voorste uiteinde, vooral naar binnen, ontbloot en ruw was en de vermelde korrelige massa bevatte. Ik zaagde daarom de kaak door, kort voor haren opstijgenden arm en maakte dit stuk van den bodem der mondholte los, terwijl ik daarbij en ook daarna, al wat mij in de mondholte en aan de wang ziekelijk en verdacht toescheen, met het mes wegsneed.

Hierop werd de uit de wang gevormde lap weder in zijne vroegere plaats gehecht, langs zijnen voorsten rand met den tegenovergestelden wondrand vereenigd en zoo de opening in de wang gesloten. De wonden genazen door snelle vereeniging; slechts waar de doorboring der wang had plaats gehad, ontstond eene niet uitgebreide verettering, en hier ontwikkelde zich ook na eenigen tijd een recidief des kankers in hare vroegere gedaante. Tegen de eerste sporen van denzelve wendde ik nog meermalen het gloeijende ijzer aan, doch ik moest mij dra overtuigen, dat hier ieder verder bestrijden van het gebrek vruchteloos was. De opening in de wang vergrootte zich, en door haar henen kon men den voortgang der ontaarding m de mondholte deels zien, deels bleek zulks daaruit^ dat de lijder allengs meer en meer het vermogen verloor, om den mond te openen, waardoor bepaald in den laatsten tijd des levens het opnemen van voedsel buitengemeen bemoeijelijkt werd. Naar buiten ging de kwaal over het

Sluiten