Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het likteeken aan de wang is zigtbaar, maar niet in het oogvallend en volstrekt niet misvormd.

11ESECTIO FARTIALIS l'KOCESSUS AT.VEOLARTS MANDIBULAE.

Wilhelmine B....r uit Graefenhainchen, «^n'lSjarig, zwak meisje, bleek, van een' lympathischen ligchaamsbouw, werd den l*en April 1844, wegens eene sarcomateuse ontaarding aan den tandkasrand der onderkaak, in het hospitaal opgenomen. Het gebrek was allengs en onder geringe pijnen ontstaan, en bestond uit een blaauwachtig, hoekio-, niet zeer hard gezwel, dat aan de linkerzijde de plaats der drie eerste, niet meer voorhandene kiezen innam, boven de kroonen der naburige tanden uitstak en met eene opzwelling van het been naar beide zijden gepaard ging, die eene middellijn van 9 — 10 lijnen had, zich tot het ligchaam des beens zelf uitstrekte en op eene plaats zich zeer nabij den ondersten rand der kaak bevond. Het gezwel was weinig pijnlijk, niet tot bloedingen geneigd en de lijderes overigens gezond; hetzelve moest als eene goedaardige, osteosarcomateuse ontaarding beschouwd worden en ik was voornemens, hetzelve door resectie van het resp. gedeelte der kaak, met behoud van den onderrand der laatste, te verwijderen. Eene aan het been zich vertoonende purpura urticans maakte, tot na hare genezing, een uitstel der kunstbewerking noodzakelijk, en ik ging den 9<kn April daartoe over, nadat daags te voren de onmiddelijk bij het gezwel staande hoektand was uitgetrokken. Er werd daarmede een' aanvang gemaakt, dat de wang, van de mond-

Sluiten