Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel van de zachte deelen los. De bloeding was van zeer weinig aanbelang en behoefde slechts koud water ter stilling; de wond werd door omgewonden hechtingen geheel gesloten, den arm naast den te bed gebragten lijder op een kussen gelegd en met koude omslagen behandeld. De wond sloot zich door spoedige vereeniging tot op 2 kleine plaatsen, die door ettering eveneens spoedig genazen, zoodat de vrouw 5 weken na de kunstbewerking als genezen kon ontslagen worden.

Zeer spoedig nadat de vrouw begonnen was den arm zonder ondersteuning te dragen en te gebruiken , klaagde zij ook weder over pijn in de vereeniging van het opperarmbeen met het spaakbeen, en aan dit laatste vormde zich een uitsteeksel. Dit was het hoofdje van dit been , dat naar voren steeds meer en meer uitstak. Toen ik de vrouw 2 jaren na de kunstbewerking weder onderzocht, was de gesteldheid van den arm de volgende: Het spaakbeen is aan het boveneinde geheel ontwricht en zijn hoofdje staat boven den condylus externus humeri aan de voorzijde. De voorarm kan slechts tot in een' regten hoek gebogen, daarentegen geheel uitgestrekt en vrij goed voor- en achterover gekanteld worden; hij is meer dan 1 duim korter dan de ander, maar even goed gevoed als deze. De 3 laatste vingers kunnen minder krachtig gebogen worden, dan de andere; de vrouw kan den arm tot alles gebruiken, slechts tot geen' zwaren arbeid, waarbij zij pijn heeft in de zachte deelen aan het boveneinde van het spaakbeen. Het geheel onpijnlijk likteeken is eenvoudig lijnvormig en glad tot op 2 vastgehechte punten op die plaatsen , waar ettering plaats had. De beide stukken der ulna hebben zich niet door eene vaste tusschenstof vereenigd ; van het

Sluiten