Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunstbewerking beantwoordde volkomen aan haar doel.

De vervanging van een verloren geganen neusvleugel uit de bovenlip, ondernam ik op eene eigenaardige manier in het volgende geval (*).

Marie W e, 17 jaren oud, uit Alterode, was in

Januarij 1843 in de heelkundige kliniek wegens lupus opgenomen, die bij het vroeger steeds gezonde meisje voor twee jaren aan den linker neusvleugel was ontstaan, en zich later over den anderen vleugel en de punt van den neus had uitgebreid. Bij hare opneming was reeds het kraakbeenig gedeelte van den neus verwoest, en niet slechts overal aan den rand, maar op het aan den neus grenzende gedeelte der bovenlip verzwering voorhanden. Deze werd hoofdzakelijk door het inwendig gebruik van anthrakokali en door cauterisatie met eene zalf van calomel en arsenicum (*#) tot genezing gebragt, maar deze volgde slechts langzaam; ook herhaald klierachtig ooglijden vertraagden de zaak, en eerst den lOden November 1843 kon ik tot de rhinoplastiek overgaan. Zoo als gezegd is , was het voorste kraakbeenige gedeelte van den neus geheel weg, bovendien was ook door een likteeken de huid , aan het middelste gedeelte der bovenlip, verkort, de roode rand der laatste dus naar boven en buiten

(*) Dit geval benevens de daarbij aangewende methode der rhinoplastiek is beschreven in Droop, Diss. inaug. de usu labii super, in rhivoplast. Hal. 1844. c. tab.

(**) Zie mijne aanmerking in de uitgave der door mij uitgegevene vertaling van Bateman's prakt. Darstellung der Hautkrankheit'en. Leipzig 1841. p. 385.

Sluiten