Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derwerpen. De lijder echter, die intusschen reeds lang had bespeurd, dat hij niet in mijne kliniek was, begaf zich nu onmiddelijk na zijn ontslag in deze laatste en werd hier den 24sien Junij 1841 opgenomen. De lijder scheen zeer te lijden, maar daarvoor bestonden geene ligchamelijke oorzaken, maar veeleer psychische, want de vrees van den jongen man, dat hij al zijn leven in zijnen tegenwoordigen beklagenswaardigen toestand zou moeten blijven, was niet geringer, dan de wensch, daarvan bevrijd te worden, en niet minder groot was zijne vrees voor iedere pijnlijke handelwijze. De pis werd in het geheel niet meer door de pisbuis geloosd, maar ontlastte zich geheel door den endeldarm. Het onderzoek met den katheter toonde meer dan 5'U d. achter de opening der pisbuis eene sluiting, die bijna volkomen scheen te zijn > want de exploratiebougie gaf eenen geheel ronden afdruk zonder eenige uitpuiling, even als of zij in eenen blinden zak gedrukt was. Aan het achter-bovenste gedeelte van den balzak bestonden 2 fistellikteekens en de regter bal was ten gevolge van herhaalde ontstekingsaanvallen, die gedurende de 3 laatste maanden hadden plaats gehad, vergroot en gevoelig bij drukking. Iedere poging, om van uit de pisbuisopening door de vernaauwing te dringen, was vergeefs en daarom werd zonder aarzelen tot de urethrotomie overgegaan. Ik deed de kunstbewerking den 30sten Junij 1841 in tegenwoordigheid van mijnen collega den Heer Hohl en van Prof. Carus in Leipzig (thans in Dorpat). Ik ving de operatie volkomen op de vroeger beschrevene wijze aan en kloofde de pisbuis tot aan de vernaauwing; toen poogde ik in de strictuur te dringen , maar langen tijd vergeefs en eindelijk gelukte mij zulks

Sluiten