Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds verminderd. Daarom hechtte ik in de eerste plaats de binnenranden der beide wondlippen door een bontwerkersnaad en voorzag den daartoe dienenden draad ongeveer 2 duimen onder zijn bovenste uiteinde met een' knoop, die tot aan het bovenste insteekpunt werd doorgetrokken; het ondereinde van den draad bragt ik, om denzelven in de noodige spanning te houden, door een klein naaldje, dat door middel van kleefpleisterstrooken aan den bilnaad bevestigd werd. Daarna werden de schaamlippen aan hare voorste randen of platen door geknoopte hechtingen vereenigd. Deze laatste werden reeds den derden dag verwijderd en de vereeniging bleek overal gelukt te zijn; de bontwerkersnaad bleef tot den 8sten dag liggen, toen ik den draad van het naaldje losmaakte en aan zijn boveneinde naar omhoog uittrok, hetgeen zonder eenige scheuring plaats had. De vereeniging was in de geheele uitgestrektheid, waarin de lippen ontbloot waren, tot stand gekomen, met uitzondering van het voor de achterste commissuur gelegen gedeelte, waar eene opening van ongeveer 1 duim lengte overbleef, welker randen allengs door likteeken bedekt werden, zoo dat de vrouw 4 weken na de kunstbewerking kon ontslagen worden. Tot op dien tijd scheen het doel der kunstbewerking volkomen bereikt; maar dadelijk na het ontslag uit de kliniek kreeg de vrouw, die nu weder hare huisselijke bezigheden moest verrigten, pijnen aan de geopereerde deelen en ongeveer 3 weken later was de uitzakking weder voorhanden, doordien het likteeken aan het onderachterste gedeelte weder opengebroken en de vereeniging der lippen tot op eene brug van 'h d., die thans nog aan het voorste gedeelte bestaat, wederom gescheiden was.

Sluiten