Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

NORMALE SPIERTONUSVERHOUDING EN ONTHERSENIN GSSTIJFHEID.

In 1896 vond Sherrington (176), dat als hij hij een kat het mesencephalon tusschen voorste en achterste corpora quadrigemina dwars doorsneed een sterk verhoogde tonus der strekspieren van ledematen, nek, rug en staart optrad. Hij noemde dezen toestand „decerebrate rigidity".

Na zoo '11 decerebratie is een kat, als ademhaling en hartswerking zich hersteld hebben, geheel stijf. De pooten worden gestrekt gehouden, de voorpooten vooral, echter alleen in de groote gewrichten, in schouder, elleboog, heup en knie. Pols en enkel zijn veel minder gestrekt en de klauwen in het geheel niet. Wel is de nek meestal stijf en achterover gestrekt. De kop is opgeheven. De rug is hol, vertoont opisthotonus en de staart steekt stijf de lucht in.

Sherrington (181) wees er op, dat juist al die spieren stjjf worden, welke normaliter bij loopen en staan de zwaartekracht tegenwerken en dat daardoor het gedecerebreerde dier, op zijn pooten gezet, kan staan. De pooten zakken dan niet in. Hij noemde daarom de stijfheid een ,,posture reflex", een houdingsreflex. Magnus wees er echter op, dat deze houding met de stijve pooten, achterovergestrekten nek en opgeheven staart geen natuurlijke houding is, maar een caricatuurstand, met een geheel andere spiertonusverhouding als bij het normaal staande dier. Ook valt het gedecerebreerde dier bij de geringste beweging om en blijft dan liggen.

De „posture reflexes" van Sherrington zijn dus geheel verschillend van de oprichtreflexen. Door deze laatsten toch bewaart en herneemt een dier een normale houding.

Sherrington (176) vond, dat decerebratiestij t'heid behalve bij katten ook optrad bij apen, honden, konijnen en caviae en wel „by removal of the forebrain by transections at any of the various levels in the mesencephalon orthe thalamencephalon in its hinder part" (181).

Hij zag verder, dat deze toestand vaak zeer lang kon aanhouden, bij jonge katten soms zelfs vier dagen lang.

Hierom gelooft hij, dat de stijfheid niet door prikkeling van doorgesneden zenuwfibrillen veroorzaakt wordt, maar dat ze ontstaat door vernietiging van een invloed, dat het een „release phenomenon" is.

Sluiten