Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mede, nu eens met meer, dan weer met minder blijvende motorische en spastische stoornissen.

Hun eindconclusies, gegrond op deze waarnemingen, zijn:

a. Verwondingen van de schors der gyri centrales geven naar gelang van hun uitgestrektheid hemiplegiën of monoplegiën, ja soms zelfs slechts een verlamming van een gedeelte van een extremiteit of van een enkele spiergroep. Soms zijn de peesreflexen verhoogd, maar nooit zoo sterk als bij laesies in de capsula interna. De stoornissen hebben bijna steeds neiging tot teruggaan en na meerdere maanden is vaak astéreognosie het eenige te constateercn symptoom.

Symmetrische laesies van deze windingen geven min of meer spastische paraplegiën, welke ook sterke neiging tot verbetering toonen. Merkwaardig is, dat hierbij loopen reeds mogelijk is, als de door den ischiadicus geinnerveerde spieren nog verlamd zijn. De stoornissen, zoo merken de schrijvers op, zijn dus geheel gelijk aan die bij de experimenten op apen.

b. Laesies van de pyramidenbaan in de corona radiata geven een totale hemiplegie, welke eerst slap is, maar spastisch kan worden. De reflexen zijn meest verhoogd en vaak bestaat voetclonus.

c. Laesies van de capsula interna zijn steeds gevolgd door totale hemiplegiën, welke neiging tot spastisch worden hebben. De prognose is hierbij evenals bij de vorige veel slechter dan bij schorsverwondingen. Een groot aantal van deze halfzijdige verlammingen gaat niet terug.

d. Hemiplegiën met vroegtijdig optredende sterke atrophiën worden meest veroorzaakt door laesies van den liypothalamus of van de hersenstelen. In meerdere gevallen van verwondingen van deze laatsten, waarbij tevens de roode kern en de hypothalamus waren aangetast, werd een sterke en algeheele amyotrophie gezien. De prognose is in die gevallen absoluut slecht.

We zien dus, dat sterk spastische verschijnselen noch bij pathologische, noch bij traumatische hersenaandoeningen met zekerheid aan een uitsluitende cortico-spinale pyramidenbaanlaesie kunnen toegeschreven worden. Des te minder, doordat na meer of minder uitgebreide verwoesting van het oorsprongsgebied van deze banen in de gyri centrales vaak hypertonie ontbreekt, zooals uit de waarnemingen van IIorsley, Guillain en barré blijkt.

Maar ook bij lagere laesies der pyramidenbanen kan stijfheid ontbreken. Zoo beschrijft Benedikt (geciteerd naar Lewandowsky) een geval van een fubei culeusen haard in een der hersenstelen, welke noch verlammingen, noch hypertonie had doen optreden.*)

) M. Benedikt, Buil. med. P. 547, 1 Mai, 1889. Ook worden in de literatuur (o.a. door Lewy) vaak waarnemingen van MahaiM en Haenel aangehaald als gevallen van pyramidenbaanlaesies zonder hypertonie, echter ontbreekt in deze gevallen zeker de hypertonie niet geheel, noch beperken zich de laesies tot de pyramidenbanen.

Sluiten