Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII.

COMPENSATOIRE OOGSTANDEN, OOGDRAAI-REACTIES EN OOGDRAAI-NAREACTIES, OOGDRAAI-NYSTAGMUS EN OOGDRAAI-NANYSTAGMUS.

In de inleiding zagen we reeds, dat de compensatoire oogstanden verwekt worden door een bepaalden stand van den kop, door een bepaalden stand van de labyrinthen ten opzichte van de ruimte, dat daarentegen de oogdraai-reacties het gevolg zijn van versnellingen bij draaibewegingen van het labvrinth. De compensatoire oogstanden zijn otolithen-reflexen, de draaireacties booggangreflexen. Magntjs en df. Kleyn zagen de draai-reacties voortbestaan bij caviae, nadat door centrifugeeren de otolithen afgeslingerd waren, daarentegen niet de compensatoire oogafwijkingen.

D e compensatoire oogstanden.

Het optreden van de verticale compensatoire oogstanden bij het konijn wordt toegeschreven aan den invloed der sacculusotolithen. Volgens Magnus en de Kleyn zijn ze het gevolg van prikkels van uit de macula van het sacculushoofdstuk, dat zijn innervatie heeft in den ramus saccularis, welke naar den nervus cochlearis gaat.

Den oorsprong der prikkels voor de rotatoire compensatoire oogstanden houden Magnits en de Kleyn nog voor onbekend, terwijl volgens Quix deze prikkels bij het konijn uitgaan van de maculae utriculi.

Regelmatige horizontale compensatoire oogstanden, regelmatige tonische horizontale oogdeviaties als gevolg van labyrinthprikkels konden nimmer aangetoond worden. (Zie van der Hoeve en de Kleyn (63). Wel als gevolg van halsreflexen. Eveneens kunnen tonische verticale en rotatoire oogdeviaties door halsreflexen te voorschijn worden geroepen. Van mijn onderzoek maakten echter de halsreflexen op de oogen geen deel uit, alleen de labyrinthaire reacties werden nagegaan. Magnus vond, dat na extirpatie der groote hersenen met corpora striata en thalami optici, dus bij intacte middenhersenen, de verticale en rotatoire compensatoire oogdeviaties nog geheel normaal aanwezig waren, ja zelfs nog als de corpora quadrigemina tevens

Sluiten