Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij hangen met den kop naar beneden is de bovenpool der rechter cornea slechts

weinig geroteerd, maar de geheele oogbol sterk naar achteren getrokken. Oogdraai-reacties

verticale rechter oog -f~ linker oog —

verticale nystagmus — —

rotatoire -f- + *)

rotatoire nystagmus + —

horizontale + +

horizontale nystagmus -(" +

*) zwakke deviatie met de bovenpool naar voren, geen deviatie met de bovenpool naar achteren.

2 uur: Oogreacties als boven. Het dier gedood.

Obductie: In de schedelholte is veel bloed.

De sneevlakte gaat dorsaal door de toppen der corpora quadrigemina anteriora en ventraal door de hersenstelen voor de oorsprongen der nervi oculomotorii.

De rechter nervus oculomotorius is intact; de linker blijkt doorgescheurd te zijn. De nervus trochlearis en de nervus abducens zijn aan beide zijden intact.

Verticale compensatoire oogstanden werden dus nog gezien na dwarse doorsnijding van het mesencephalon bij de konijnen 25, 28, 15 en 29, waarbij de snede

bij konijn 25 dorsaal 2 mM. oraal van de corpora quadrigemina anteriora,

bij konijn 28 dorsaal door de toppen van de corpora quadrigemina anteriora,

bij de konijnen 15 en 29 dorsaal door het midden van de corpora quadrigemina anteriora,

en ventraal bij alle vier door de hersenstelen oraal van de oorsprongen der nervi oculomotorii ging.

Bij het microscopisch onderzoek bleek bij een van deze dieren (konijn 15) de snede precies oraal van de oculomotoriuskern te zijn gegaan, terwijl bij een ander (konijn 29) de doorsnijding juist dóór de toppen der beide oculomotoriuskernen bleek te zijn aangebracht.

Terwijl de rotatoire compensatoire oogstanden nog waargenomen werden na een totale dwarse doorsnijding van het mesencephalon, waarbij de snede juist tusschen oculomotoriuskern en trochleariskern was doorgegaan (konijn 31).

Voor het tot stand komen der labyrinthaire compensatoire oogstanden zijn dus geen centra oraal van de oogspierkernen gelegen noodzakelijk.

Indien deze reflexen, behalve over de oogspierkernen nog over andere middenhersencentra tot stand komen, dan moeten deze centra liggen in of eaudaal van het niveau der oogspierkernen.

Omtrent het eventueel bestaan van een invloed van andere middenhersencentra en omtrent de wegen, waarlangs de prikkels voor de compensatoire oogstanden de oogspierkernen bereiken, werd naar nadere gegevens bij de verschillende, in hoofdstuk VII beschreven, proeven met steekwonden gezocht. Daar echter de waarnemingen daarbij steeds gedaan werden op oogen, waarop voor de operatie geen kruis was gebrand, waardoor een gedraaid zijn van den oogbol ten gevolge van de operatie niet uit te sluiten was, kan men uit deze

Sluiten