Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lichaamsoprichtreflexen op den kop -f-

op het lichaam ' (alleen op het voorlichaam). Tonische halsreflexen op de extremiteiten -\Tonische labyrinthreflexen niet aantoonbaar.

Sprongopvangreflex alleen zwakke strekking der voor-

pooten.

Kopdraai-reacties en -nareacties -f-, zwak.

Oogdraai-reacties —

Compensatoire oogstanden —

11 uu-r: Het dier houdt den kop en het voorlichaam steeds in de normale opgerichte houding; het achterlichaam ligt echter in zijligging. Het dier vertoont geen spoor van ontherseningsstijfheid.

In de lucht gehouden zijn de standen van den kop bij hangen met den kop naar beneden: kop symmetrisch t. o. v. het bekken, bij hangen in rechter zijligging : kop naar den normalen stand opgericht, bij hangen in linker zijligging : kop naar den normalen stand opgericht, bij hangen met den kop naar boven : de kop beweegt heen en weer, het dier

is zeer onrustig.

bij hangen in rugligging : het dier is onrustig, houdt ten slotte

den kop iets meer dan 90° naar rechts gedraaid.

In zijligging op een onderlaag gelegd, gaan direct de kop en het voorliehaam overeind. Schudt of knijpt men het dier dan richt het ook het achterlichaam op. Houdt men den kop in zijligging vast en schudt dan het dier wat heen en weer, dan doet het achterlichaam ook duidelijke pogingen om zich op te richten, kan echter niet geheel overeind komen.

Dus: stijfheid —

labyrinthoprichtreflexen -|-, niet sterk.

lichaamsoprichtreflexen op het lichaam +, op het voorlichaam duidelijk, op

het achterlichaam zwak.

verder: halsoprichtreflexen -f-

liftreactie —

sprongopvangreflex

kopdraai-reacties en -nareacties +

oogdraai-reacties —

compensatoire oogstanden —

11 uur 30: Het konijn zit in een geheel normale houding in de kooi. Het dier is zeer moeilijk te onderzoeken, daar het direct uitgeput raakt en de ademhaling en hartswerking dan zeer slecht worden.

Labyrinthoprichtreflexen (bij houden

van het dier in de lucht in zijligging) -(Liftreactie -f-

Sprongopvangreflex -|-

Het dier springt ineens met een grooten boog uit de kooi ei valt op den grond, waarop het in zijligging blijft liggen, sterke loopbewegingen makend. IS uur 15: De tonusverhouding is na den val niet meer geheel normaal. Vooral als het dier op de rechter zijde ligt vertoonen de voorpooten een stijfheid, welke toeneemt als men het dier schudt. Ook strekt het dan den nek dorsaalwaarts. Op de linker zijde neergelegd tracht het dier zich op te richten en vertoont het geen stijfheid.

In rugligging gebracht, met t. o. v. den thorax symmetrisch geplaatsten kop, lijkt de tonus der extensoren wat verhoogd. Het dier vertoont duidelijke tonische labyrinthreflexen bij omleggen van buik- in rugligging. Bij hangen met den kop naar beneden is de kop 30° naar rechts t. o. v. het bekken gedraaid.

2 uur B5: De verhoogde tonus der extensoren is weer verdwenen en er bestaat weer een geheel normale spiertonusverhouding. Op een onderlaag gelégd richt het uit beide zijliggihgen den kop en het voorlichaam op. Ook de halsoprichtreflexen zijn nog aanwezig, echter zijn noch de labyrinthoprichtreflexen, noch de lichaamsopricht-

Sluiten