Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaat ontstaan de z.g. skatolkleurstoffen, die vroeger voor oxydatieproducten van het skatol golden. In den lateren tijd echter zijn deze stoffen, die wel in amylalcohol overgaan en spectroscopisch een absorptiestreep in het groen vertoonen, opgevat als oxydatieproducten van het indolazijnzuur en bekend geworden als uroroseïne en nephroroseïne. Misschien zijn het deze stoffen, die ik in het serum van bovengenoemden patiënt kon aantoonen.

Uit een publicatie van Rosenberg1) bleek mij later, dat ook hij deze stoffen in het serum van uraemische patienten heeft gevonden. Bij een ureumgehalte van 4—6 %0 kon hij altijd uroroseïne aantoonen. Laat men n.1. het trichloorazijnzuur-filtraat eenigen tijd staan, dan treedt hierin een roode kleur op, die met amylalcohol is uit te schudden en spectroscopisch waarschijnlijk als uroroseïne geïdentificeerd kan worden.

Het is mij niet gelukt in het serum van ernstige uraemische patienten deze stof aan te toonen, maar ik ging ook op andere wijze te werk.

De rose soms geelachtige tint van de filtraten, die Rosenberg aan het uroroseïne toeschrijft, is ook mij wel opgevallen, maar ik had dit eerder aan het soms zeer hooge indicangehalte toegeschreven. Behandelde ik deze filtraten met gelijke deelen sterk zoutzuur, waaraan een druppel Va % natriumnitriet was toegevoegd, dan kreeg ik op enkele uitzonderingen na nooit een roode kleur, die in amylalcohol overging.

In elk geval is deze kleur niet aansprakelijk voor het

D. Med. Woch. 1919.

Sluiten