Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meeningen omtrent de prognostische waarde van de ureumbepalingen in het bloedserum.

Ik wil nu de resultaten van de andere onderzoekingsmethoden, die ik bij mijn onderzoekingen heb toegepast, bespreken en wel eerst het functioneel nieronderzoek, om tenslotte de praktische waarde van de bepaling van het indicangehalte van het bloedserum na te gaan.

Uit een theoretisch oogpunt is het functioneel nieronderzoek zeker interessant. Het stelt ons in staat, afwijkingen in het wateruitscheidings- en concentratievermogen van de nieren in maat en getal uit te drukken. Voor de praktijk brengt deze methode echter haar bezwaren mee. Den patienten worden enkele beproevingen opgelegd, waaraan sommigen onmogelijk kunnen voldoen. Het drinken van i L. water of slappe thee op de nuchtere maag is al niet prettig, maar de vochtonthouding bij de concentratieproef is voor nierlijders, die toch al dikwijls over dorst klagen, soms ondragelijk. Voor den medicus is een functioneel nieronderzoek een tijdroovend werk, dat eigenlijk alleen in een kliniek stelselmatig toegepast kan worden. Dit alles zou nu geen bezwaar zijn, als de resultaten van het onderzoek ons voldoende inzicht gaven omtrent de nierfunctie en daardoor omtrent de prognose van de nephritis.

Bij lichte afwijkingen van den normalen uitslag is het gevaarlijk om zekere conclusies te trekken; daarvoor zijn de uitkomsten te veel afhankelijk van de individueele reactie van den patiënt. Toonen echter de uitkomsten duidelijke stoornissen aan, dan zijn deze ook te vinden door het meten van de dagelijksche diurese en het

8

Sluiten