Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vonden wij, dat in de 41 woningen 16 sterfgevallen hadden plaats gehad, en zouden wij dit, indien zij gelijkmatig verspreid waren opgetreden, reeds veel moeten noemen, dan kunnen wij thans besluiten, dat de ziekte in het eene deel buitengewoon hevig in het overige betrekkelijk gering geheerscht heeft.

Indien wij hierna de woningen in het bijzonder nagaan kunnen wij aanteekenen :

Het eerste gedeelte, 136c—q, bestaat uit woningen ieder met een afzonderlijk achteruit, meestal overdekt, waarop een privaat belioorende tot een of twee huisjes; de gemeenschappelijke pomp bevindt zich voor aan de huizen in het midden der rij, was een jaar te voren geboord en bevatte water slechts na koking bruikbaar, overigens door reuk en smaak verwerpelijk. Door de meeste bewoners werd dan ook het water uit de kruisvaart of uit pompen der naburen verkregen.

De tweede groep, 136r—ij, waarin de ziekte zoo hevig heerschte, vormt een afzonderlijk geheel. Van dezelfde bouworde bezit zij een gemeenschappelijk achteruit. In het midden bevindt zich de pomp, welker water van eene slechte hoedanigheid was. Aan weerszijden der pomp, op + 2 el afstand , staan de privaten.

Terwijl dit achteruit, voor acht woningen betrekkelijk klein, tot het verrigten van allo huiselijke arbeid dienstbaar gemaakt wordt ontbrak het geheel aan eene afwatering, zoodat het water, dat hierop valt en gebracht wordt door het gebruik der pomp, eenigen tijd in meer diepere plaatsen moet blijven staan, om daarna de grond in te trekken; — te meer veroorzaakt dit alles eene groote onreinheid, doordien dit achteruit, zonder sloot, zich onmiddelijk aan het daarachter gelegene terrein (bouwland) sluit.

Het pompwater was slechts na koking tot drinken geschikt.

De verdere woningen van deze rij in de laatste 2 jaren gebouwd zijn van eene buitengewone bouworde, meestal met twee verdiepin-

Sluiten