Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de syneidesis gezien. In zijn „Introduction biologique" heeft hij dit woord ingevoerd. Met syneidesis bedoelt hij conscience. Echter niet alleen conscience morale, doch ook conscience morphologique. Het organisme als geheel laat het niet bij een defect, bij een tekort. Het tracht de fouten in de ontwikkeling te verbeteren (celle-ci s'efforce de corriger les erreurs génétiques). Het doet dit in overeenstemming met het programma der ontwikkeling (programme génétique) en hel in het protoplasma vastgelegde primitieve plan der ontwikkeling (plan primitif de la mnéme). Deze reguleerende instantie (principe régulateur) zegt Monakow, mogen we ons niet los van een vorm denken, zooals D r i e s c h met zijn entelechie-begrip en zooals de z.g. neovitalisten doen. Verder moet bij de syneidesis (vooral wanneer het gaat om de samengestelde gedragingen) rekening worden gehouden met den tijd. Tenslotte: de syneidesis is niet te vergelijken met een „principe vitale".

Ik refereer Monakow's opvattingen hier kort, niet omdat ik het er geheel mee eens ben, doch omdat hierin door den besten kenner der menschelijke misvormingen een reeks uiterst belangrijke en vruchtbare ideeën werd gegeven.

Het embryonale weefsel reageert op een letsel volgens verschillende regels.

Door het letsel wordt de invloed van een bepaalde celgroep op de omgeving, en daarmee op het geheel, uitgeschakeld. De verhouding van het uitgevallen weefsel tot de andere celgroepen is niet gelijk. Sommige celgroepen hebben een nauwen samenhang (functioneel of puur door hun plaats), anderen daarentegen zijn als het ware onverschillig ten opzichte van elkaar.

Bij het uitvallen van een groep cellen heeft dus een soort ontremming plaats, die zich op tal van wijzen kan uiten.

Er zijn na een tekort twee vragen van welker beantwoording het inzicht in de gevolgen van het tekort afhangt.

1. welke groepen van cellen worden het meest ontremd?

2. welke groeimogelijkheden hadden deze cellen op het moment der ontremming?

(Het is bekend dat bij ouder worden en bij differentiatie alle weefselelementen met uitzondering van het kiemplasma een beperking hunner vermogens ondergaan).

In het geval dat een bepaalde groep cellen nauwelijks eenigen invloed ondervond van de uitgevallen groep cellen, zal van reactie weinig of niets te bemerken zijn.

Evenmin wanneer geen andere mogelijkheden in een celgroep meer aanwezig waren. Een dergelijke celgroep blijft ongestoord, wanneer hij geen invloed van de uitgevallen celgroep ondervond, gaat echter te gronde, wanneer die invloed groot was (secundaire degeneratie).

Belangrijke veranderingen kunnen we dus alleen daar verwachten, waar nog rijke mogelijkheden in het cel-protoplasma begrepen waren en waar de invloed der uitgevallen cellen groot was.

In dat geval zien we dan de werking der syneidesis in het formatieve instinct, zooals Monakow zegt.

Het is echter geen eenvoudig antwoord dat het organisme geeft op een tekort. Wil de syneidesis een begrip zijn, dat vruchtbaar is om mee te werken, dan zal zij rekening moeten houden met de diverse mogelijkheden, die inderdaad optreden.

Deze mogelijkheden zijn:

1. Overtollige woekering.

Niet alleen in mijn geval, doch in vrijwel iedere menschelijke misvorming vindt men

Sluiten