Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabel B

Pepsine: I. H, m,

pt = 5 — _ 0.10

id. = 10 — 0.25 0.25

id. = 20 0.7 0.60 0.95

id. = 40 1.75 1.70 —

We zien in tabel A, dat de zwakkere pepsine-concentraties meer hebben verteerd dan de sterkere bij dezelfde producten pt; in tabel B, dat de vertering gelijk is, of dat de sterkere oplossingen meer hebben verteerd en alleen voor pepsine III na 20 min. dat de zwakkere meer heeft verteerd. Bij de bespreking van de onderzoekingen van Grützner zagen wij, dat ook hij gevonden had, dat de sterkere pepsine-concentraties naar verhouding te weinig hadden verteerd. Dit stemt derhalve overeen met de resultaten van proef 4.

Dat de uitkomst van proef 7 voor een deel niet klopt met die van proef 4, is natuurlijk zeer goed te verklaren uit het beloop der kromme bij de lage temperatuur. We zagen immers, dat juist dan in het begin de vertering veel langzamer verliep, vooral bij de zwakkere oplossingen van het enzym, dan later.

Ging men ook bij kamertemperatuur de digestie na in het allereerste begin, dan zou men ook hier vinden, dat bij dezelfde p t de vertering grooter was bij de hoogere waarden voor p; daarna zou volgen een moment, waarop bij gelijke p t dezelfde waarde voor de digestie werd gevonden , ten slotte een periode, waarin de sterkere pepsine-concentraties steeds meer achterbleven, ook weer voornamelijk het gevolg van het relatief sterker afnemen van de hoeveelheid te digereeren fibrine bij de sterkere oplossingen van de pepsine.

Vroeger bespraken we, dat Hedin een verklaring had gegeven, door aan te nemen, dat bij de sterkere oplossingen van enzym a. h. w. pepsine in overmaat zou aanwezig zijn. Ik geloof, dat deze verklaring bij onze proeven niet opgaat, daar uit de proeven met verschillende hoeveelheden fibrine bleek, dat in de zwakkere oplossingen relatief evenveel enzym nog beschikbaar was als in de sterkere oplossingen. Ik zoek derhalve de verklaring meer in het relatief sterker afnemen van de hoeveelheid fibrine bij de sterkere enzymconcentraties.

Daar we gezien hebben, dat bij de methode van Grützner van een eigenlijken pepsineregel geen sprake is, is er altijd eenige onzekerheid, als men

Sluiten