Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijna geen mededeeling over herediteit van kanker verschijnt er in onze dagen of het opstel van Haberlin (Deutsch. Archiv. f. Klin. Medic. Bd. 44.45), vindt er een eereplaats in. Van de in de kliniek bestudeerde gev. ten getale van 138 vond hij beslist maagca. aangegeven 6 maal bij den vader, 3 maal bij de moeder; 1 maal bij de ouders en één maal bij de grootouders van patiënt d.i. 3% en 2 maal in de lever, 1 maal in de uterus en 1 maal in de tong.

Hij onderscheidt 5 categoriën:

1, zeker ca. van de maag bij de ouders in 8%

2- » „ ,, zusters en broeders in 2.2 %

3. waarschijnlijk ca. van de maag bij de ouders in 4.3 %

4. onzeker ca. van de maag bij de ouders in 5 %

5. ca. in andere organen in 2.9%

Hij telt 1 en 3 bij elkaar en komt dan tot 12.3% dit is 3 maal zooveel dan het cijfer voor dien tijd (4.4) en wanneer hij 1 en 5 bij elkander telt dan 10.9% d. i. 2 tot 3 maal zooveel, uit welke getallen hij besluit tot herediteit.

De geVallen waarop zijn beweringen berusten zijn de volgende:

Moeder heeft ut. ca. gehad, de zoon heeft maag ca.

Vrouw met maag ca., verder niets aangegeven.

Man met maag ca., Oom heeft maaglijden.

Vrouw met maag ca., de 8 levende zusters zijn maaaglijdsters.

Vrouw met maag ca., verder wordt niets opgegeven.

Persoon met maag ca., vader heeft lever ca., de 4 zusters zijn maaglijdsters.

Pers. met maag ca., de zusters zijn maaglijdsters.

Pers. met maag ca., verder niets vermeld.

Pers. met maag ca., verder niets vermeld.

Pers. zonder ca.

Pers, met ca. verder niets vermeld.

Pers. met ca. verder niets vermeld.

Pers. met ca. verder vermeld chlorose en nog 7 gevallen van dezelfde waarde.

Eenige aandachtige beschouwing doet onmiddellijk zien, dat de cijfers en de methode van berekening niet bewijzend zijn. Hij vindt 8% hereditair belasting bij de ouders, zonder voldoende aan te geven, of dat voor den tijd en streek abnormaal hoog is. Dit is het hoogste percentage dat inzijn lijstje voorkomt, dan gaat hij samen voegen en komt natuurlijk tot hoogere waarde, maar zooals hij zegt is 4.4% het getal voor dien tijd en dan is er slechts één cijfer dat daarboven gaat, dat is dat der ouders. Dit bewijst voor de directe herediteit wel iets omdar het cijfer 2 maal grooter is, doch de methode der berekening is niet de juiste, zooals in het eigen onderzoek nader zal worden uiteengezet.

Trouwens de opgegeven gevallen zijn niet zeer in 't oog loopend en maken niet den indruk van sterk bestaande erfelijkheid, zij leveren eene bijdrage tot

Sluiten