Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kaiser doet in het Deutsch. Med. Wochensch. Jg. 50 No. 27 S. 909 mededeeling van een zeer merkwaardig geval. Van 9 broeders en zusters kregen er 7 kanker n. 1. Bernard A. aan larynx Ca. Frans A. aan Ca. sublingualis, Theodor, Heinrich, Anna, Maria A. aan kanker van de maag en Mina A. aan Ca. van de galblaas. Van de 5 dochters van Bernard A. stierf er eene aan maagkanker, eene had een inoperabel maag Ca. en twee leden aan een chronisch maaglijden dat zeer verdacht was. Van de 4 kinderen van patiente A waren 2 chronisch maaglijders, van de 7 kinderen van Mina A. hadden 2 galblaasbezwaren en 2 een chronisch maaglijden, en van de 5 kinderen van Maria A. leed er een aan maagkanker en een klaagde geregeld over zijn maag. Bij een zoon van Jozef A., die gezond was, werd de diagnose op maagkanker als waarschijnlijk ondersteld.

Bij de 9 leden der eene generatie bestaat bij 4 patienten maag Ca.

De minderwaardigheid van de maag is bij de nakomelingen duidelijk.

De leden der eerste generatie behoorden tot den arbeidersstand, leefden onder dezelfde bevredigende sociale toestanden. Exogene oorzaken, die tot kanker konden lijden, waren niet aan te wijzen. Allen hadden vroegtijdig het ouderlijk huis verlaten, de kanker trad bij hen eerst in hun latere leven op, zoodat eene infectie bij hen als uitgesloten scheen. Daarom is, volgens Kaiser, de erfelijkheid als aetiologische factor niet te ontkennen.

Vignes meent in de literatuur (Presse med. T. 32 No. 77 S. 772) bewijzen gevonden te hebben, dat zoowel bij dieren als bij menschen het carcinoom erfelijk is, en wel als dominante eigenschap. Hij gaat verder op deze erfelijke vatbaarheid niet in, doch geeft onder de medegedeelde gevallen een bijzonder belangwekkend. In eene familie, waarin meerdere tweelingen voorkwamen, zijn alle nakomelingen, op een enkele uitzondering na aan kanker gestorven, alleen de tweelingen (3 paar) niet.

Aan het einde van dit literatuur-overzicht nog eene korte mededeeling van het opstel van Maude Slye, getiteld: ,.Etudes sur la nature et 1'hérédité du cancer" in het kanker-nummer van Paris Medical van 20 Maart 1926. Zij bestudeerde de herediteit van het muizen-carcinoom gedurende 15 jaar. Haar slotsommen zijn gebaseerd op 50.000 muizensecties, waaronder 5000 spontaan primaire neoplasmata van alle organen. Bij de studie der erfelijkheid heeft zij dezelfde methode gevolgd, als bij de vaststelling der hereditaire verhoudingen aangaande de huidkleur der muizen.

Eene kruising van eene vrouwelijke muis, die geen draagster blijkt te zijn van het kenmerk ,.kanker", gewaarmerkt door de genetische analyse, met een mannelijke, welke drager van dit kenmerk is, geeft resultaten, die volkomen beantwoorden aan de modellen van Mendel tevens aantoonend, dat de kanker zich gedraagt, als eene recessieve eigenschap.

Sluiten