Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er in aantreffen: „Waarschijnlijk is men nu wel tot de „overtuiging gekomen, dat de psycho-analyse geen veelkoppig monster is, dat ellende en verderf zaait onder „degenen, die in zijn klauwen terecht kwamen. Niet alleen ,,de droom, maar elke uiting van ons onbewuste denken „is een onbarmhartige waarheidspreker. Is de waarheid, „wanneer het betreft zelfkennis en levenswijsheid, juist „niet datgene, waar we allen naar zoeken? En moeten we „die dan niet met open armen ontvangen? Een vérstrekkende omwenteling intusschen is op het gebied der „psychologie te wachten, vooral omdat de diepere kennis „van het wezen van ons geestesleven noodwendig moet „leiden tot ingrijpende veranderingen in alles wat min „of meer afhankelijk is van dat geestesleven. Denken we „slechts aan het enorme arbeidsveld van de paedagogie, „het sociale leven met betrekking tot straf en vergeldings„principe, enz. Laten we dus allerminst met verontwaardiging ons afwenden, maar ernstig medewerken aan het „verbreiden en vooruitbrengen eener wetenschap die zoo „nauw met het heil van de menschheid verbonden is", „Goed gebruld, meneer de Leeuw!" — hoorde ik een clown roepen bij Hagenbeek, toen de Koning der dieren zijn uiterste best had gedaan; en thans zeg ik: „Goed gecamoufleerd, meneer de Freudiaan!" J)

1) Dr. v. d. Chys is inmiddels gestorven; op het kerkhof werd hem namens Freud, die een krans had gezonden, veel lof toegezwaaid. Mij werd vandaag (14 Mei) de raad gegeven het gedeelte, dat over hem handelt, weg te laten; maar daaraan heb ik mij niet gestoord. Het werk van een beoefenaar der wetenschap moet, evenals dat van alle „publieke" personen, niet alleen tijdens zijn leven maar ook na zijn dood.... juist beoordeeld worden. Het bekende; „De mortibus nil nisi bene" (van de dooden niets dan goeds) is op zulk werk niet van toepassing.

En toevallig kreeg ik óók vandaag van een Joodschen collega, wien ik gezegd had bezig te zijn aan een boek tegen Freud, telefonisch het volgende te hooren; „Spaar dien man toch! Hij is al 70 jaar! Zooeven zag ik een portret van hem, en daarop ziet hij er héél fatsoenlijk uit!" Ik heb dien collega een briefje gestuurd van den volgenden inhoud: „Zelf ben ik al 65 ^2! En de geschriften van Freud, waarvan ik gebruik maak, zijn meerendeels geschreven toen hij veel jonger was; uit zijn „Sammlung" (ik gebruik de 3e uitgave, die in 1921 verscheen) blijkt

Sluiten