Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„werden aangedaan. Dientengevolge ontstonden ter „verklaring van den aard der dingen de navolgende „begrippen: goed, kwaad; orde, wanorde; warmte, „koude; schoonheid en mismaaktheid. ... Wij zien „dus, dat alle beginselen, waaruit men gemeenlijk de „natuur pleegt te verklaren, slechts droombeelden ,,zijn en deze ons nooit de natuur van één of ander „ding, maar slechts den toestand onzer verbeelding „doen kennen",

„Welnu, de tegenwoordige „nieuwlichters", waar u zich bij aangesloten blijkt te hebben, zij redeneeren — beter uitgedrukt: zij wauwelen, als zij een ander een oordeel willen ontzeggen, net zoo; maar als het hun eigen oordeel en hun eigen handelingen betreft, dan tappen zij uit een ander vaatje; dan zeggen ze: „leder „mensch bestaat krachtens het hoogste recht der „natuur; en bij gevolg heeft ieder van nature het „volste recht om te doen wat onvermijdelijk uit zijn „aard volgt; ieder oordeelt dan ook met het volste „recht over hetgeen goed of kwaad is, zorgt naar „eigen inzicht voor zijn belang, wreekt zich en zoekt „wat hij lief heeft te bewaren, en wat hij haat uit „den weg te ruimen".

U weet natuurlijk niet, dat ook deze opvatting ontleend is aan dienzelfden „geraffineerden giftmenger Spinoza" en ook niet, dat hij ze — zonder het er bij te vermelden — had overgenomen van de twee reeds genoemde Grieken en van den Engelschman Hobbes. Maar zelf mag ik ook niet oneerlijk wezen; verneemt dus, dat die betiteling „geraffineerde giftmenger" niet door mij werd bedacht; dat deed Nietzsche in een van zijn weinige heldere oogenblikken.

G. T., als ik zóó van mij afspreek, dan meenen de zich „nieuw-lichters" wanenden met een spotlachje te kunnen volstaan, en dan zeggen ze achter mijn rug: „Zoo'n belachelijk type van achterlijkheid nemen wij niet „au sérieux"!"

Sluiten