Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kend. Meerderen waren het hiermee eens, maar in de laatste acht jaren is ook deze meening weer aanzienlijk geschokt door contröleproeven. J. de Meyer *?) dacht zich het pro-ferment, noodig voor de glycolyse, niet meer in de spieren, maar in de witte bloedlichaampjes. Door de eilandjes van Langerhans zou een stof worden afgescheiden, welke dat pro-ferment in het actieve ferment omzet. De oorzaak van een pancreasdiabetes ziet de Meyer dan ook in een ontbreken dier inwendige secretie; hij houdt derhalve ook vast aan de meening, dat bij de reguleering der koolhydraat-stofwisseling de glycolyse een rol van beteekenis speelt. Om de hypothetische pancreasstof te elimineeren en daardoor, steunende op de gevolgen, deze stof feitelijk in haar werking nader aan te toonen, spoot hij bij konijnen eenige keeren (5-10 maal) in de buikholte pancreasextract van honden in met de bedoeling een soort anti-pancreasserum te verkrijgen. Tevoren had hij het pancreas-extract tot 70° verhit om zooveel mogelijk slechts een anti-serum tegen de inwendige secretie-organen te bekomen. Dit „Serum antipancréatique" bleek nu in vitro de glycolyse van hondenbloed aanzienlijk te remmen, in vivo veroorzaakte het hyperglycaemie, glucosurie, vermagering en andere diabetes-verschijnselen, alhoewel in veel geringere mate dan bij pancreaslooze dieren. Proeven van Koen,\*ann48) echter toonden aan, dat ook soortvreemd serum en haemolysinen hyperglycaemie en glucosurie konden bewerkstelligen. Het pancreas der

ingespoten dieren van de Meyer gaf toch overigens wel iets verrassends. Vooral de LANGERHANs'sche eilandjes bleken sterk geleden te hebben; er waren ontaardingsreacties opgetreden, zij het dan ook in lang niet alle. Ook de klierbuisjes vertoonden bijzonderheden en wel een sterk toegenomen aantal zymogeenkorrels, die niet alleen in de cellen der buisjes, maar ook in het lumen voorkwamen. Of deze laatste niet op wijzigingen in den bouw der cellen berusten en slechts uitingen zijn eener versterkte physiologische functie, zooals sommigen 49) meenen, lijkt een wel ietwat te eenvoudige verklaring. Merkwaardig was ook nog hoe de glucosurie nog bestond, terwijl het bloedsuikergehalte al reeds normaal was geworden; hij verklaart dit door aan te nemen, dat bij diabetes

Sluiten