Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

voorstonden en die toen bestreden zijn door Minkowski e.a. op proefondervindelijke gronden. Chauveau en Kaufmann 55) meenden op grond van eenige proeven, dat het pancreas door bemiddeling van het zenuwstelsel de suikervorming in de lever, waarvan het bloedsuikergehalte afhankelijk is, regelde en wel door prikkelend op het remmingscentrum in het verlengde merg te werken en tevens remmend op het prikkelingcentrum dat zij zich dachten in het bovenste halsmerg. Pancreasexterpatie heft volgens hen die regeling op en nu kan ongebreidelde suikervorming in de lever plaats grijpen en dientengevolge hyperglycaemie, glucosurie enz. optreden. Hun theorie werd later gewijzigd, voornl. door Kaufmann 56) zelf. Het was nl. gebleken, dat al waren ook alle zenuwvezels naar de lever doorgesneden er toch bij pancreasextirpatie diabetes optrad. Bijgevolg moest het pancreas, indien het dan toch nog op de lever bleef inwerken, zulks langs den bloedweg doen; die inwendige secretie bleef echter onder invloed van het zenuwstelsel. Het wezen van de pancreasdiabetes was volgens hen in elk geval een suikervermeerdering door een stoornis ergens in het systeem: centrale zenuwstelsel-pancreaslever. In hetzelfde jaar, dat Chauveau en Kaufmann hun theorie mededeelden kwamen de beide Cavazzani's 57) met de hypothese, dat door pancreasextirpatie een prikkeling plaats heeft, welke een overproductie van suiker in de lever veroorzaakt, en daar tevens de gevonden leververanderingen bewerkstelligt. De uitschakeling der uitwendige secretie leidt tot aanzienlijke stoornissen; beide werkingen geven dan volgens hen het bekende beeld van de diabetes. Het behoeft geen betoog, dat ook deze opvatting bestrijding vond. Pflüger heeft zich voorgesteld, dat het pancreas een anti-diabetische kracht bezit, welke antagonistisch inwerkt op een suikervormend apparaat ergens in de lever. Dit apparaat zou dan zelf weer door het suikercentrum in het verlengde merg beheerscht worden. De anti-diabetische kracht denkt hij zich eveneens door zenuwen en wel die, welke van den twaalfvingerigen darm afkomen te worden veroorzaakt, al ontkent hij ook niet de mogelijkheid, dat ook de pancreascellen een antidiabetische stof direct in het bloed kunnen overstorten. Zijn

Sluiten