Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral Hirayama zijn minder enthousiast over de diagnostische waarde.

Uit mijn eigen ervaringen omtrent 470 faecesonderzoekingen heb ik genoteerd, dat het op de allereerste plaats van groot belang is, hoe dun de faeces is en welke de passagetijd is in

ieder speciaal geval.

Ik heb reeds hooger aangegeven, dat in een geval, waarbij steeds waterdunne ontlasting verkregen werd, in die ontlasting nagenoeg geen diastaseferment, daarentegen rijkelijk in het door olieontbijt verkregen duodenumsap was aantetoonen. Komt een sterke vermindering of afwezigheid van het diastaseferment werkelijk door een pancreasafwijking, dan is bovendien uit mijn ervaringen ten dezen opzichte duidelijk, dat pancreasafwijkingen vrij dikwijls voorkomen. Het aantoonen verder van verminderde of afwezige diastasehoeveelheden geeft geen mate voor de grootte der pancreasaandoening zelf; bij macroscopisch en ook microscopisch-histologisch pancreasonderzoek werd dit orgaan eenige keeren volkomen normaal gevonden, terwijl de functioneele diagnostiek voerde tot zeer besliste, sterke pancreasafwijkingen. In die gevallen moet er dus bestaan hebben een zuiver functioneele stoornis. Van den anderen kant vond ik eenige keeren een diastasehoeveelheid van 600 eenheden, terwijl bij de operatie

om andere redenen gedaan — invretingen in het pancreas

bleken plaats gevonden te hebben. Behoudens deze kritische opmerkingen kan ik mij verder wel bij Wijnhausen aansluiten, dat vermindering, resp. afwezigheid der diastase in de faeces het recht geeft om aan het pancreas een meer dan gewone aandacht te wijden.

Hoe het functioneele pancreasonderzoek toch verder nog waarde heeft, blijkt bijv. uit het volgende geval:

Pat. v. d. B. wordt geopereerd wegens maagklachten. Het functioneele pancreasonderzoek leverde op een volkomen normaal werkend pancreas. De diastase-eenheden in de faeces bedroegen zelfs 1000 eenheden. Bij de operatie vindt men een ulcu3 peptic. rotund., macrosc. is dit sterk vergroeid met het pancreas. Pat. komt evenwel later te overlijden aan gangraena pulmonum. Het pancreas, onderzocht door prof. Spron( k, blijkt nu volkomen normaal te zijn; alleen op een klein plekje is het

Sluiten