Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze vermogens te beperkt, en zulks behoort ons als van zelve de bewustheid te geven, dat, willen wij bet vak onzer keuze , de Geneeskunst, naar wensch voorstaan en behartigen, en hetzelve zoo mogelijk tot eene betere hoogte opvoeren en tot meerdere volkomenheid brengen , men dan daartoe niet beter komen kan, dan slechts een éénig vak te kiezen en te behartigen, en daaraan ons geheele leven te wijden.

Men erkent deze waarheid zeer algemeen; immers nog zoo lang niet verleden, namelijk iu het jaar 1820, zijn er te Rotterdam bij N. Cobnel twee stukjes, doch van eenen onbekenden — vermoedelijk eenen geneeskundi • gen — schrijver uitgekomen, bevattende: een woord aan het publiek} over de nadeelen en gevaren, welke men te vreezen heeft, wanneer Doctoren, Chirurgijns en Apothecars , buiten hun vak te treden. — Onder de zinspreuk: Ne sutor ultra crepidum, dat is: Schoenmahoudt u bij uwe leest. —

Maar wie zal ook niet de begrensdheid van zijn kunstvermogen, hoe ook de wetenschap is vooruitgegaan en steeds vooruitgaat, toestemmenj immers diegenen, welke wel het meeste weten, en de bekwaamste en ervarenste in de kunst zijn, gevoelen het best wat hun nog ontbreekt, en deze zijn ook het meest gezind, om hunne beperktheid te belijden; ook wij houden ons overtuigd, dat die jonge kunstoefenaren, die zoo veel spoediger dan voorheen in wetenschappelijke kennis vorderingen hebben gemaakt, en daardoor meer op hunne kennis en kunstvermogen meenen te kunnen betrouwen, bij de beoefening hunner kunst, zich daarin te leur gesteld zullen vinden, en ook gewis nader tót een nederiger besef zullen komen. — En waarom zouden zij dit

Sluiten