Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn veel grooter schommelingen tijdens het leven mogelijk, en ten tweede kan het eene anion gedurende eenigen tijd de plaats van het andere anion innemen, zonder dat de functie van het organisme diermate gestoord wordt.

Bedenken we in dit verband nog eens wat in het schema over de verschillende vormen van acidosis sub A gezegd werd, dan volgt hier uit, dat er méérdere toestanden denkbaar zijn waarbij, gelijk toch zoo vaak gedaan wordt, het uitsluitend bepalen van het bicarbonaatgehalte van het bloed, de alkalireserve, geen maatstaf voor het al dan niet aanwezig zijn van een acidosis kan zijn; nogmaals zij opgemerkt, dat het bepalen der alkalireserve by gasacidosis en -alkalosis nooit uitsluitsel kan geven. Een volledig inzicht in de ligging van het zuurbasenevenwicht is dus eigenlijk pas dan te verkrijgen, wanneer men op een bepaald moment de hoeveelheid van alle aanwezige elektrolyten in het bloed en in de urine afzonderlijk zou kunnen bepalen, benevens de hoeveelheid eiwitten (haemoglobine) en water, zoowel in het plasma als in de roode bloedlichaampjes. Het behoeft geen nader betoog, dat zulks practisch onuitvoerbaar is, en ook daarom overbodig, omdat van alle kationen en anionen bovengenoemd, er slechts enkelen in grootere hoeveelheid voorkomen en ook onder gegeven omstandigheden groote schommelingen vertoonen. Dit zijn van de kationen alleen het Na: en van de anionen alleen het HCO/ en Cl', de andere ionen komen in te geringe, en bovendien constante concentratie voor, zoodat zij in dit mechanisme slechts een ondergeschikte rol spelen. Wanneer in bepaalde pathologische omstandigheden vreemde zuren circuleeren, dan zou in verband met het voorgaande de mogelijkheid kunnen bestaan, dat deze anionen zich niet altijd aan het kation van het natriumbicarbonaat, dus de alkalireserve, binden, doch uit andere verbindingen het kation vrijmaken; als zoodanig komt in de eerste plaats het NaCl in aanmerking. De hierdoor vrijkomende Cl'-ionen verlaten met de urine het lichaam en er ontstaat een ehloropenie van het bloed. Dit mechanisme speelt volgens Heilmeyer een groote rol en deze „natrium-chloor-regulatie" kan volgens hem zelfs geheel in de plaats van de bicarbonaat-koolzuur-regulatie treden. M.a.w. circulatie van teveel vreemde zuren in het bloed, dus acidosis, gecompenseerd door Na'-ionen van het NaCl zou dus mogelijk

2

Sluiten