Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder verbrand tot zwavelzuur en verlaat als zoat van dit zuur met de urine het lichaam. Het phosphor geeft ais intermediaire stofwisselingsproducten de phosphor-lipoidverbindingen en de phosphorzure esters, en voorts de nucleoproteineu. Over dat gedeelte van den phosphor, dat tot phosphorzuur gtoxydeerd wordt en dat als primair, of als secundair phosphaat het lichaam verlaat, werd reeds vroeger gesproken. Over de lotgevallen der andere minerale bestanddeelen werd eveneens reeds hei een en ander meegedeeld.

De voedingsstoffen kunnen verdeeld worden in zure en in basische voedingsstoffen, bij welke verdeeling men zich laat leiden door het feit, dat de asch dier stoffen na volledige verbranding een zure of wel een alkalische reactie geeft. Zoo behooren de dierlijke eiwitten (vleesch, visch e.d.) tot de zure stoffen, de plantaardige voedingsstoffen in hoofdzaak tot de alkalische. Vooral Chr. Kroetz wees er op, dat het feit of de asch van een voedingsstof zuur of alkalisch reageert, voor de dieetleer van minder belang is dan het feit of deze voedingsstof na resorptie een acidificeerend dan wel een alltaliniseerend effect heeft, twee zaken, die allerminst parallel behoeven te gaan (zie C. H. Lenshoek, 1. c. p. 63).

De actueele zuugraad van het bloed (de waterstof-ionenconcentratie) wordt vrijwel niet beïnvloed door den aard der minerale bestanddeelen van het voedsel, omdat door de functie van longen en nieren de regulatie wordt gewaarborgd. Bijgevolg is onder invloed van het digestieproces dus een veranderde samenstelling van urine en alveolairlucht te verwachten. Het „acidificeerend" resp. „alkaliniseerend " effect, bovengenoemd, uit zich dan ook in de stijging, resp. daling, van den zuurgraad van de urine, de ammoniakuitscheiding en de stijging, resp. daling, van de koolzuurspanning van de alveolairlucht.

Is dus een verstoring van het zuurbasenevenwicht door de minerale bestanddeelen van het voedsel wel uitgesloten, geheel anders is het met het organische gedeelte gesteld, dus de eiwitten, vetten en koolhydraten.

In de lever, we komen hier bij de bespreking van de diabetische acidosis nog nader op terug, worden de vetzuren en een deel der aminozuren afgebroken tot diaceetzuur en y3-oxyboterzuur. Voor

Sluiten